Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel

Inhoud

9.3

Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)

Artikel 9.3.1

Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc

De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:

  1. Tibetanen die te maken hebben met repressie;

  2. Oeigoeren; en

  3. actieve aanhangers van religieuze en spirituele bewegingen die door de Chinese autoriteiten zijn aangemerkt als xie jiao;

Artikel 9.3.1.1

Toelichting Tibetanen

Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:

  1. als advocaat, politiek activist of blogger actief zijn geweest;

  2. verdacht worden van separatistische sympathieën;

  3. steun hebben betuigd aan de dalai lama in China, of daarvan verdacht worden;

  4. te maken hebben gehad met religieuze activiteiten die door de overheid worden gezien als uitingen van politieke onvrede of streven naar onafhankelijkheid; of

  5. om andere redenen de negatieve aandacht van de Chinese autoriteiten hebben getrokken dan wel zullen trekken en de overheid deze zien als uitingen van politieke onvrede of streven naar onafhankelijkheid.

De IND verleent een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.

Artikel 9.3.1.2

Toelichting Xie jiao

Door de Chinese autoriteiten als xie jiao aangemerkt zijn in ieder geval de groepen die in bijlage 13.2 van het algemeen ambtsbericht China juli 2020 worden genoemd.

Ten aanzien van ‘actieve’ aanhangers: het gaat hierbij nadrukkelijk niet alleen om leiders en personen die zich bezighouden met ledenwerving, maar ook om actieve beoefenaars en actieve ‘gewone’ leden van wie bij de autoriteiten bekend is dat zij behoren tot een als xie jiao aangemerkte beweging.

Artikel 9.3.2

Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicoprofiel:

  1. leden van oppositiepartijen;

  2. politieke activisten;

  3. dissidenten;

  4. mensenrechtenverdedigers;

  5. aanhangers van ‘grijze’ kerkgenootschappen; en

  6. (etnische) moslimgroeperingen uit Xinjiang, zoals Kazachen, Kirgiezen, Oezbeken en Hui-moslims.

← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)