Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel

Inhoud

7

Intrekken afgeleide asielvergunning van mee- of nareizende gezinsleden

Artikel 7

Intrekken afgeleide asielvergunning van mee- of nareizende gezinsleden

Imperatief

Als de verblijfsvergunning asiel van de hoofdpersoon (referent) wordt ingetrokken, dan trekt de IND gelijktijdig de verblijfsvergunning asiel van het gezinslid in. Dit volgt uit artikel 32, derde lid, Vw. Vanwege de aard van de afgegeven vergunning aan het gezinslid is er geen sprake van (zelfstandige) asielmotieven. Het intrekken van de vergunning asiel op grond van meereis en/of nareis wordt in die gevallen dwingend voorgeschreven. De IND voert voor deze intrekkingsgronden geen evenredigheidstoets uit. Er bestaat geen discretionaire bevoegdheid om van deze bepaling af te wijken. Wel kan het gezinslid tijdens de intrekkingsprocedure zelfstandige asielmotieven zelf naar voren brengen. De IND betrekt dit bij de ex nunc beoordeling. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf C6/8.1 Vc.

Niet-imperatief

Indien de IND beoordeelt dat de vergunning asiel van het gezinslid, die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29b, 29c of 29d Vw, op eigen merites kan worden ingetrokken, is het aan de vreemdeling om in de zienswijze en tijdens het gehoor te verklaren over redenen waarom de vergunning niet zou mogen worden ingetrokken. Eventuele zelfstandige asielmotieven moet de vreemdeling zelf naar voren brengen. Deze betrekt de IND bij de beoordeling. In deze gevallen voert de IND wel een evenredigheidstoetsing uit. Indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, wordt voor de evenredigheidstoets aangesloten bij het beoordelingskader van C4/3.6.5 en C4/3.6.6.

Artikel 7.1

Intrekking verblijfsvergunning asiel meereizend gezinslid (art. 29b Vw)

Intrekking van artikel 29b Vw is op grond van artikel 32, vierde lid, Vw, mogelijk wanneer de gevallen zich voordoen zoals genoemd in artikel 23, derde tot en met vijfde lid, van de Kwalificatieverordening.

Als het om redenen van nationale veiligheid of openbare orde noodzakelijk wordt geacht, wordt de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29b Vw ingetrokken of niet verlengd op grond van artikel 23, vijfde lid Kwalificatieverordening. Voor de beoordeling van de openbare orde wordt aangesloten bij paragraaf C4/3.6.5 Vc. Paragraaf B1/4.4 Vc onder nationale veiligheid is van overeenkomstige toepassing. Voor de invulling van de ex nunc toets wordt verwezen naar paragraaf C6/8.1 Vc.

Artikel 7.2

Intrekking verblijfsvergunning asiel nareizend gezinslid (art. 29c en 29d Vw)

Intrekking van artikelen 29c en 29d Vw is op grond van artikel 32, vijfde lid, Vw, mogelijk wanneer:

  1. achteraf blijkt dat de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt of achterhouden;

  2. de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid;

  3. de gronden voor verlening zijn komen te vervallen voor de vreemdeling; of

  4. de vreemdeling niet langer een werkelijk huwelijks- of gezinsleven onderhoudt.

In geval van een intrekking op grond van artikel 32, vijfde lid, aanhef en onder b, Vw, trekt de IND de afgeleide verblijfsvergunning asiel in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de afgegeven vergunning, omdat de vreemdeling nooit de verblijfsvergunning had mogen krijgen.

In geval van een intrekking op grond van artikel 32, vijfde lid, aanhef en onder d, Vw trekt de IND de afgeleide verblijfsvergunning asiel in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de vastgestelde datum waarop de huwelijks- of gezinsband is verbroken.

Indien de erkenning van internationale bescherming op grond van artikel 32, zesde lid Vw wordt afgesloten van de hoofdpersoon, volgt ten aanzien van diens gezinsleden die een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 29b, 29c of 29d Vw hebben een intrekkingsbesluit gelet op het bepaalde in artikel 32, derde lid Vw. Eventuele zelfstandige asielmotieven moet de vreemdeling zelf naar voren brengen.

Voor de invulling van de ex nunc toets wordt verwezen naar paragraaf C6/8.1 Vc.

Openbare orde en nationale veiligheid

Indien sprake is van een gevaar voor de openbare orde beoordeelt de IND of de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29c en 29d Vw kan worden ingetrokken op grond van artikel 32, vijfde lid, onder b, Vw. Voor de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde wordt aangesloten bij paragraaf C4/3.6.6 Vc.

Indien sprake is van een verblijfsvergunning asiel op grond van 29c of 29d Vw toetst de IND aan artikel 3.86, eerste tot en met het twaalfde en zeventiende lid, Vb alsmede artikel 3.87 Vb en paragraaf B1/6.2.2 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.

Indien sprake is van een gevaar voor de nationale veiligheid, beoordeelt de IND of de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29c en 29d kan worden ingetrokken op grond van artikel 32, vijfde lid, onder b, Vw. Paragraaf B1/4.4 Vc onder nationale veiligheid is van overeenkomstige toepassing.

Huwelijks- of gezinsband

Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen echtgenoten wordt verwezen naar paragraaf C5/1.4 Vc.

Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C5/1.4 Vc.

De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.

Bij het verbreken van de huwelijks- of gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning asiel in ieder geval niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de verblijfstitel in ieder geval niet af als:

  1. het minderjarig of meerderjarig kind op het moment van het verbreken van de gezinsband langer dan één jaar houder is van de afgeleide verblijfsvergunning asiel in het kader van nareis bij zijn of haar ouder(s);

  2. de ouder(s) op het moment van verbreken van de gezinsband langer dan één jaar houder zijn van de afgeleide verblijfsvergunning in het kader van nareis bij hun (minderjarige) kind; of

  3. een situatie zoals bedoeld in artikel 3.106 Vb zich voordoet.

← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)