Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel

Inhoud

3.3

Verlening van de subsidiairebeschermingsstatus op grond van artikel 18 Kwalificatieverordening en verlening verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29a, eerste lid, Vw

Artikel 3.3.1

Ernstige schade als bedoeld in artikel 15 Kwalificatieverordening

De IND verleent een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29a, eerste lid, Vw als bij de verwijdering van de vreemdeling uit Nederland sprake is van een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 15 Kwalificatieverordening.

Het reëel risico op ernstige schade kan aanwezig zijn op het moment van het vertrek van de vreemdeling uit het land van herkomst, maar kan ook ontstaan na vertrek van de vreemdeling uit het land van herkomst (zie artikel 5 Kwalificatieverordening en paragraaf C3/3.1.4 Vc).

De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29a, eerste lid, Vw, als artikel 17 Kwalificatieverordening van toepassing is.

In artikel 15 Kwalificatieverordening staat opgenomen, waar ernstige schade uit kan bestaan, namelijk:

  1. doodstraf of executie;

  2. folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen; of

  3. ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.

Bij de beoordeling is het van belang dat eerst gekeken wordt naar alle relevante elementen die betrekking hebben op de individuele situatie en de algemene situatie in het land van herkomst, voordat wordt vastgesteld of het risico onder artikel 15, aanhef en onder a, b of c Kwalificatieverordening valt.

Voor het vaststellen van een reëel risico op ernstige schade op grond van artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening is een volledig individuele beoordeling vereist. Landeninformatie kan aanleiding geven om ten aanzien van een groep systematische blootstelling aan te nemen dan wel om groepen aan te merken als een risicoprofiel zoals in paragraaf C3/2.4 Vc is opgenomen.

Voor wat betreft het individualiseringsvereiste bij artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening wordt verwezen naar paragraaf C3/3.3.3 Vc.

In paragraaf C3/3.3.2 Vc staat ernstige schade beschreven als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening. Daaronder staan beschreven de onderwerpen:

  1. systematische blootstelling (paragraaf C3/3.3.2.1 Vc);

  2. medische omstandigheden (paragraaf C3/3.3.2.2 Vc); en

  3. terugkeerbeletsel (paragraaf C3/3.3.2.3 Vc).

In paragraaf C3/3.3.3 Vc staat ernstige schade beschreven als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening.

Artikel 3.3.2.1

Systematische blootstelling

Als de vreemdeling behoort tot een groep die systematisch blootgesteld wordt aan een reëel risico op ernstige schade als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening beperkt het individualiseringsvereiste zich tot het aannemelijk maken van het behoren tot de groep. Bij systematische blootstelling moet sprake zijn van gericht geweld tegen de betreffende groep.

De minister beoordeelt op grond van de situatie in een land van herkomst of sprake is van systematische blootstelling aan ernstige schade als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening. In het landgebonden beleid kan worden opgenomen of er in een bepaald land ten aanzien van een groep sprake is van systematische blootstelling.

Artikel 3.3.2.2

Medische omstandigheden

Uitzetting van de vreemdeling kan in verband met de medische situatie onder bijzondere omstandigheden leiden tot een schending van artikel 3 EVRM. De IND toetst of sprake is van schending van artikel 3 EVRM vanwege medische redenen in het kader van de ambtshalve toets of uitstel van vertrek verleend moet worden op grond van artikel 64 Vw.

Er zal in deze situatie geen verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29a, Vw verleend worden. Indien er geen ambtshalve toets plaatsvindt, maar het asielbesluit ook als terugkeerbesluit moet worden aangemerkt, toetst de IND – in het kader van dat terugkeerbesluit – eveneens of er sprake is van schending van artikel 3 EVRM vanwege medische redenen.

Artikel 3.3.2.3

Terugkeerbeletsel

Als de IND een aanvraag om verblijfsvergunning asiel afwijst of een verblijfsvergunning asiel intrekt, kan er sprake zijn van een terugkeerbeletsel. De IND beoordeelt in de regel of sprake is van een situatie waarbij de vreemdeling bij terugkeer naar het land van herkomst:

  1. risico loopt op vervolging, zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, Vw of;

  2. reëel risico loopt op ernstige schade, zoals bedoeld in artikel 29a, eerste lid, Vw.

Als artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is (artikel 12, tweede tot en met vijfde lid, Kwalificatieverordening) zal niet worden beoordeeld of er sprake is van risico op vervolging.

Als sprake is van één van bovengenoemde situaties of als er sprake is van schending van artikel 3 EVRM vanwege medische redenen en er is geen ander land waarnaar de vreemdeling kan terugkeren, neemt de IND geen terugkeerbesluit. De IND neemt dan in het besluit op dat de vreemdeling niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst. De IND noemt in het besluit geen vertrektermijn.

Als vanwege een terugkeerbeletsel geen terugkeerbesluit en daarmee geen inreisverbod kan worden gegeven, beoordeelt de IND of een besluit tot signalering kan worden opgelegd. In paragraaf A4/4 Vc staan de voorwaarden vermeld om wegens een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid een besluit tot signalering op te leggen.

Als op een later moment wordt vastgesteld dat de vreemdeling niet langer te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade of dat artikel 3 EVRM zich niet meer verzet tegen uitzetting van de vreemdeling, neemt de IND een terugkeerbesluit en legt, als dat aan de orde is, een besluit tot signalering, een ongewenstverklaring en/of inreisverbod op. De IND maakt dit besluit kenbaar aan de vreemdeling. Hiertegen kan de vreemdeling rechtsmiddelen aanwenden.

Indien sprake is van een terugkeerbeletsel en aan de vreemdeling in een eerdere procedure een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, dat in rechte vaststaat, dan wordt dat besluit niet opgeheven. In het nieuwe besluit wordt vermeld dat het eerdere terugkeerbesluit weer van kracht is. Daarbij wordt in het besluit opgenomen dat de feitelijke verwijdering naar het land van herkomst, op grond van artikel 9, eerste lid, onder a, van de Terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG), wordt opgeschort zolang uitzetting in strijd is met het beginsel van non-refoulement.

Artikel 3.3.3.1

Algemeen

De IND kan een verblijfsvergunning asiel verlenen op grond van artikel 29a, eerste lid, Vw als sprake is van een reëel risico op ernstige schade vanwege artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening.

Artikel 3.3.3.2

Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld

De minister kan op basis van de beschikbare landeninformatie vaststellen of in een bepaald land of gebied sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. Er is sprake van een internationaal of binnenlands gewapend conflict, als de reguliere strijdkrachten van een staat tegenover een of meer gewapende groepen staan of wanneer twee of meer gewapende groepen tegenover elkaar staan.

Als de minister heeft vastgesteld dat er sprake is van een internationaal of binnenlands gewapend conflict in de zin van artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, stelt de minister op basis van de beschikbare landeninformatie vast of dit conflict leidt tot willekeurig geweld en als er sprake is van willekeurig geweld op welke schaal dit willekeurig geweld plaatsvindt.

Bij de beoordeling van de intensiteit van het willekeurig geweld, worden in ieder geval de volgende elementen globaal in samenhang gewogen:

  1. de vraag of partijen bij het conflict oorlogsmethoden hanteren die de kans op burgerslachtoffers vergroten of burgers als doel nemen;

  2. de vraag of het gebruik van die methoden wijdverbreid is bij de strijdende partijen;

  3. de vraag of het geweld wijdverbreid is of plaatselijk;

  4. de vraag of er een veiligheidsstructuur aanwezig is;

  5. de intensiteit van de gewapende confrontaties en het organisatieniveau van de betrokken strijdkrachten; en

  6. de aantallen doden, gewonden en ontheemden onder de burgerbevolking ten gevolge van de strijd.

Andere (belangrijke) indicatoren die erop wijzen dat willekeurig geweld als gevolg van het gewapend conflict resulteert in ernstige en individuele bedreigingen tegen burgers, kunnen worden betrokken bij de beoordeling of er sprake is van een reëel risico op ernstige schade.

Humanitaire omstandigheden die het directe of het indirecte gevolg zijn van het handelen en/of het nalaten van een actor van ernstige schade die partij is bij een gewapend conflict moeten als relevante omstandigheid in deze globale beoordeling worden betrokken. Slechte humanitaire omstandigheden als gevolg van het klimaat en natuurlijke fenomenen, zoals droogte en overstromingen, zijn in dit kader niet relevant.

Artikel 3.3.3.3

Gradaties van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict

De minister kan bij zijn beoordeling gradaties van willekeurig geweld vaststellen:

  1. uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld;

  2. relatief hoger niveau van willekeurig geweld; of

  3. relatief lager niveau van willekeurig geweld.

Los van deze gradaties bestaat de situatie, waarin er geen beoordeling in de zin van artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening plaatsvindt, omdat er geen gewapend conflict is of er geen willekeurig geweld is als gevolg van een gewapend conflict. In dat geval kan de vreemdeling alleen daarom al niet op deze grond in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid Vw.

Ad a. Uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld

Er is sprake van een uitzonderlijke mate van willekeurig geweld als de algehele geweldssituatie in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict in het land van herkomst of in een bepaald gebied in dit land zodanig is dat wordt aangenomen dat een vreemdeling enkel en alleen al door zijn aanwezigheid op dat grondgebied een reëel risico loopt op een ernstige en individuele bedreiging van zijn leven of persoon. Het individualiseringsvereiste van de vreemdeling beperkt zich in deze gevallen tot het afkomstig zijn uit het land of bepaald gebied, waar sprake is van deze uitzonderlijke mate van willekeurig geweld.

Ad b en c Relatief hoger niveau en relatief lager niveau van willekeurig geweld

Als er is sprake van een relatief hoger niveau of een relatief lager niveau van willekeurig geweld, dan is de enkele aanwezigheid van de vreemdeling in het betreffende gebied op zichzelf niet meer voldoende om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.

De vreemdeling moet in dat geval aan de hand van zijn individuele situatie en persoonlijke omstandigheden aannemelijk maken dat:

  1. deze omstandigheden leiden tot een verhoogd risico om slachtoffer te worden van willekeurig geweld; en

  2. juist de vreemdeling specifiek vanwege deze omstandigheden een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld.

Deze omstandigheden kunnen met name zien op het privé, beroeps- of familieleven. Dit betekent overigens niet dat alleen al door de aanwezigheid van risico verhogende factoren een reëel risico op ernstige schade aannemelijk is.

Naarmate het niveau van willekeurig geweld lager is, zullen er relatief gewichtigere individuele omstandigheden vereist zijn om een reëel risico aan te nemen. Bij een relatief lager niveau van willekeurig geweld, zullen de door de vreemdeling naar voren gebrachte risico verhogende omstandigheden daarom meer gewicht moeten hebben om een reëel risico aan te kunnen nemen.

Nadat een vreemdeling zijn persoonlijke kenmerken en individuele omstandigheden naar voren heeft gebracht en waar nodig aannemelijk heeft gemaakt, beoordeelt de IND die omstandigheden in het licht van de veiligheidssituatie in het gebied waar de vreemdeling vandaan komt.

Dat betekent dat pas na het naar voren brengen door de vreemdeling van de relevante elementen die betrekking hebben op de individuele situatie en de algemene situatie in het land van herkomst, door de IND wordt vastgesteld dat het risico mogelijk onder artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening valt.

Daarbij maakt de IND een gemotiveerde beoordeling en betrekt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat de relevante elementen ook daadwerkelijk zorgen voor een verhoogd risico op ernstige schade én dat juist de vreemdeling als gevolg van deze omstandigheden een reëel risico loopt slachtoffer te worden van willekeurig geweld.

Bij de beoordeling van het risico bij terugkeer kan de IND, afhankelijk van het individuele geval, meewegen of de vreemdeling bij terugkeer schade kan ontlopen.

Hulpmiddel

De hiervoor geschetste gradaties zijn enkel bedoeld als indicatief hulpmiddel voor de IND. Deze gradaties geven in grote lijnen aan, hoe de situatie van willekeurig geweld in een (deel van een) land van herkomst wordt ingeschat. Het voor de diverse landen beleidsmatig vaststellen van de gradatie van het geweld heeft daarmee ten doel er voor te zorgen dat de IND op uniforme wijze het in een land heersende geweldsniveau bij de beoordeling betrekt. Bij die beoordeling staan echter de door de vreemdeling aangevoerde individuele omstandigheden voorop bij de vraag of aannemelijk is gemaakt dat die omstandigheden het risico verhogen slachtoffer te worden van willekeurig geweld.

Eerder ondervonden ernstige schade

Daarnaast moet de IND meewegen dat de vreemdeling vóór zijn vertrek uit zijn land eerder al geweld heeft ondervonden (zie ook artikel 4, vierde lid, Kwalificatieverordening). Daarbij doet het niet ter zake of het eerder ondervonden geweld het gevolg was van willekeurig geweld of van gericht geweld. De IND beoordeelt in dit verband of het eerder ondervonden geweld in combinatie met de individuele situatie en persoonlijke omstandigheden van een vreemdeling en in het licht van de veiligheidssituatie, tot een verhoogd risico op willekeurig geweld kan leiden.

Landenbeleid

In het landgebonden beleid in hoofdstuk C10 Vc kan worden vastgesteld of een van de gradaties aan de orde is in het betreffende land of gebied.

← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)