Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel

Inhoud

28.5

Bescherming

Artikel 28.5

Bescherming

Het beleid in deze paragraaf is eveneens van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen.

Artikel 28.5.1

Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)

De IND neemt aan dat het voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. Dit is alleen anders als uit concrete en individualiseerbare aanknopingspunten blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. De bewijslast voor het tegenwerpen van de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties ligt in eerste instantie bij de IND.

Artikel 28.5.2

(Binnenlands) beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)

De IND neemt aan dat er voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden geen (binnenlands) beschermingsalternatief aanwezig is. Tenzij uit de individuele zaak blijkt dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich wel elders binnen de Palestijnse Gebieden kan vestigen. De bewijslast voor het tegenwerpen van een (binnenlands) beschermingsalternatief ligt in eerste instantie bij de IND.

← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)