De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw als de vreemdeling definitief (ofwel: onherroepelijk) is veroordeeld voor minstens één misdrijf dat op zichzelf een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ is én de vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap’, zoals bedoeld in artikel 14, tweede lid, jo eerste lid, aanhef en e Kwalificatieverordening. De aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt dan kennelijk ongegrond verklaard op grond van artikel 30b, eerste lid, Vw omdat er redelijke gronden bestaan aan te nemen dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde.
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel
Inhoud
3.6.3
Artikel 3.6.3.1
Bijzonder ernstig misdrijf
‘Bijzonder ernstige misdrijven’ zijn misdrijven die de rechtsorde van de gemeenschap het meeste aantasten. Bij de beoordeling van het ‘bijzonder ernstig misdrijf’ dient in ieder geval rekening gehouden te worden met de volgende punten:
de aard van het misdrijf;
de maximale straf voor het misdrijf en de feitelijk opgelegde straf;
de aard en omvang van de schade;
de omstandigheden rond het plegen van het misdrijf (opzettelijkheid);
de aanwezigheid van verzachtende of verzwarende omstandigheden; en
de aard van de strafprocedure;
Artikel 3.6.3.2
Gevaar voor de gemeenschap
De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
de aard van het misdrijf; en
de opgelegde straf.
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen aannemen dat het misdrijf naar zijn aard een ‘gevaar voor de gemeenschap’ vormt:
opium-, zeden-, gewelds- en levensdelicten;
brandstichting;
mensenhandel;
illegale handel in wapens, munitie en explosieven;
illegale handel in menselijke organen en weefsels.
Deze lijst is niet limitatief.
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap indien hij in het buitenland handelingen heeft verricht die de publieke rechtsorde ernstig schokten en die naar Nederlands recht als zware misdrijven worden aangemerkt.
De IND beoordeelt aan de hand van het ‘Unierechtelijk openbare orde-criterium’ of een vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap. Dit betekent dat de IND beoordeelt of het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de gemeenschap vormt.
Artikel 3.6.3.3
Evenredigheidstoets
Indien de IND beoordeelt dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, omdat de vreemdeling definitief veroordeeld is voor een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ en een gevaar vormt voor de gemeenschap, verleent de IND geen vluchtelingstatus, zoals bedoeld in artikel 14, tweede lid, jo eerste lid, aanhef en onder e Kwalificatieverordening. In die gevallen voert de IND geen evenredigheidstoetsing uit in verband met de vrees voor vervolging.
Als de vreemdeling geen vluchtelingstatus wordt verleend vanwege de openbare orde-aspecten, waardoor de asielaanvraag wordt afgewezen, kan hij, mits hij in Nederland is, gebruik maken van de rechten zoals genoemd in artikel 14, derde lid, Kwalificatieverordening.
Artikel 3.6.3.4
Ambtshalve toets
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/7 Vc. Hierin staan ook bepalingen opgenomen ten aanzien van artikel 8 EVRM.
Artikel 3.6.3.5
Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
Voor het uitvaardigen van een besluit tot signalering wordt verwezen naar paragraaf A4/4 Vc. Voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt verwezen naar paragraaf A3/1.1 Vc. Voor het opleggen van een inreisverbod wordt verwezen naar paragraaf A4/2 Vc.
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het ‘Unierechtelijk openbare orde-criterium’ ook in dit kader.