Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel

Inhoud

29

Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie

Artikel 29.3.1

Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc

De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:

  1. LHBTIQ+ die afkomstig zijn uit Tsjetsjenië.

Artikel 29.3.2

Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:

  1. LHBTIQ+ afkomstig uit alle delen van de Russische Federatie, met uitzondering van Tsjetsjenië;

  2. politieke activisten;

  3. mensenrechtenactivisten;

  4. personen die actief zijn in de journalistiek;

  5. jehova’s getuigen;

  6. advocaten; en

  7. medewerkers van ngo’s.

Artikel 29.4.1.1

Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

Artikel 29.4.2

Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc

Geen bijzonderheden.

Artikel 29.5.1

Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)

De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:

  1. LHBTIQ+; en

  2. vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij te vrezen hebben voor huiselijk geweld.

Artikel 29.5.2

Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)

De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in de Russische Federatie:

  1. vrouwen afkomstig uit Tsjetsjenië, Ingoesjetië en Dagestan, die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen voor huiselijk of seksueel geweld; of

  2. LHBTIQ+.

Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in de Russische Federatie kan vestigen.

Artikel 29.6

Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.

Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:

  1. algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn; en

  2. de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.

Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.

← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)