Geen bijzonderheden.
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel
Inhoud
22
Artikel 22.3.2
Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
(vermeende) opposanten van een feitelijke machthebber, inclusief gewapende groeperingen en milities;
mensenrechtenactivisten en mensenrechtenadvocaten;
leden van het justitieel apparaat;
vrouwen die maatschappelijk of politiek actief zijn;
journalisten;
werknemers van non-gouvernementele organisaties;
LHBTIQ+;
(bekeerde) christenen; en
Gaddafi-loyalisten die voorafgaand aan vertrek uit Libië hun normale woonplaats hadden in gebieden waar milities en brigades die behoren tot de voormalige GNA de macht hebben.
Artikel 22.3.2.1
Toelichting Gaddafi-loyalisten
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
Warfalla;
Warshefana;
Si’an;
Tarhuna;
Tawergha’s;
Gwelish;
Mashashiya’s;
Toearegs; en
Tobu’s.
Artikel 22.4.1
Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Artikel 22.4.1.1
Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
Artikel 22.4.2
Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Libië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in het noordwesten van Libië (inclusief Tripoli en Sirte) en Benghazi.
Artikel 22.5.1
Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
Artikel 22.5.2
Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
Artikel 22.6
Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Libië geldt in zijn algemeenheid dat:
algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn; en
de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.