Bij alle categorieën genoemd in paragraaf C4/3.6.1 Vc gelden de volgende algemene uitgangspunten bij de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde.
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel
Inhoud
3.6.2
Artikel 3.6.2.1
Individuele beoordeling
De IND beoordeelt of de vreemdeling in aanmerking komt voor een vluchtelingstatus, subsidiairebeschermingsstatus, een afgeleide status op basis van meereis of nareis, of niet in aanmerking komt voor een status. Deze status is bepalend voor de vraag aan welke voorwaarden moet worden voldaan om de status niet te verlenen in het geval sprake is van openbare orde aspecten. Afhankelijk van de status beoordeelt de IND of sprake is van een bijzonder ernstig of ernstig misdrijf en/of een gevaar voor de gemeenschap. Dit gebeurt op individuele basis, aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. Dit houdt in dat de IND alle strafrechtelijke veroordelingen, verdenkingen en gepleegde misdrijven meeweegt in de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde.
Jeugdstrafrecht
Ook veroordelingen die in het verleden volgens het jeugdstrafrecht zijn opgelegd worden betrokken bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere feiten en omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de vreemdeling in het gepleegde delict waardoor hij een gevaar voor de gemeenschap vormt.
Artikel 3.6.2.2
Verjaringstermijnen
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in paragraaf B1/4.4 Vc. De IND past in de volgende gevallen de verjaringstermijnen uit paragraaf B1/4.4 Vc niet toe:
een veroordeling voor een misdrijf tegen het leven gericht;
het bij herhaling veroordeeld zijn voor misdrijven; of
ernstige redenen om te veronderstellen dat de vreemdeling (of diens gezinslid) zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.
Ad b
Er is sprake van het bij herhaling veroordeeld zijn als:
er meer dan een straf is opgelegd; of
er een straf is opgelegd voor een aantal bewezenverklaarde strafbare feiten (voeging).
Artikel 3.6.2.3
In het buitenland gepleegde strafbare feiten
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. De IND beoordeelt welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, als die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en/of bestraft. De bewijslast voor het onderbouwen van de gepleegde misdrijven in het buitenland ligt in de eerste plaats bij de vreemdeling. Afhankelijk van de bewijsmiddelen die de vreemdeling overlegt, beoordeelt de IND dit als volgt:
Als de vreemdeling vonnis of vergelijkbare stukken overlegt, vraagt de IND een strafmaatvergelijking op bij het OM. Op basis van deze strafmaatvergelijking betrekt de IND de in het buitenland gepleegde strafbare feiten bij de openbare orde toets.
Als de vreemdeling een schuldbekentenis en een transactieaanbod overlegt, is het mogelijk voor de IND om een verkorte strafmaatvergelijking op te vragen bij het OM. Op basis van deze strafmaatvergelijking betrekt de IND de in het buitenland gepleegde strafbare feiten bij de openbare orde toets.
Als er geen stukken zijn overgelegd, kan de IND geen strafmaatvergelijking bij het OM aanvragen. Als het voor de IND echter voldoende duidelijk is dat het gaat om een misdrijf naar Nederlands recht en waarbij de strafmaat vergelijkbaar is met de strafmaat die in Nederland zou zijn opgelegd wanneer het feit in Nederland zou zijn gepleegd, dan kan de IND deze veroordeling zonder strafmaatvergelijking door het OM bij de beoordeling betrekken.
Artikel 3.6.2.4
Jeugdstrafrecht en minderjarige vreemdelingen
De IND kan één of meerdere veroordelingen in het kader van het jeugdstrafrecht betrekken bij de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Ook in het geval de minderjarige vreemdeling opnieuw voor een misdrijf of meerdere misdrijven (recidive) wordt veroordeeld, heeft de IND als uitgangspunt alle strafrechtelijke veroordelingen mee te wegen in de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde, zoals bedoeld in paragraaf C4/3.6.2.1 Vc. Hierbij wegen het karakter van het jeugdstrafrecht en de individuele omstandigheden mee.