Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

Inhoud

Artikel 1.5

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 11-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 11-07-2026.

Toestemmingsverklaring

De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29c of artikel 29d Vw als:

  1. De achterblijvende biologische ouder, die al dan niet het kind feitelijk verzorgt of het recht heeft om het kind feitelijk te verzorgen, toestemming geeft voor het vertrek van het kind naar Nederland;

  2. De referent recente documenten heeft overgelegd waaruit blijkt dat het gezag over de kinderen ook is belegd bij een andere volwassene dan de achterblijvende biologische ouder én deze gezaghebbende volwassene ook toestemming geeft voor het vertrek van het kind naar Nederland;

  3. De referent recente documenten heeft overgelegd, waaruit blijkt dat de achterblijvende biologische ouder geen toestemmingsverklaring kan overleggen; of

  4. De referent aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen heeft verstrekt over de reden waarom de toestemmingsverklaring niet kan worden overgelegd, indien de referent het ontbreken van een toestemmingsverklaring niet met documenten kan onderbouwen. Paragraaf C5/1.2 Vc is hierbij van toepassing.

11-07-2026 Huidig 10-07-2026 Historisch 08-07-2026 Historisch 12-06-2026 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 12-06-2026.

Tekst van deze versie

De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29c of artikel 29d Vw als:

  1. De achterblijvende biologische ouder, die al dan niet het kind feitelijk verzorgt of het recht heeft om het kind feitelijk te verzorgen, toestemming geeft voor het vertrek van het kind naar Nederland;

  2. De referent recente documenten heeft overgelegd waaruit blijkt dat het gezag over de kinderen ook is belegd bij een andere volwassene dan de achterblijvende biologische ouder én deze gezaghebbende volwassene ook toestemming geeft voor het vertrek van het kind naar Nederland;

  3. De referent recente documenten heeft overgelegd, waaruit blijkt dat de achterblijvende biologische ouder geen toestemmingsverklaring kan overleggen; of

  4. De referent aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen heeft verstrekt over de reden waarom de toestemmingsverklaring niet kan worden overgelegd, indien de referent het ontbreken van een toestemmingsverklaring niet met documenten kan onderbouwen. Paragraaf C5/1.2 Vc is hierbij van toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)