Op grond van artikel 38, eerste lid, aanhef en onder d, Procedureverordening kan een aanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard als een internationaal strafgerecht heeft gezorgd voor veilige herplaatsing van de vreemdeling naar een lidstaat of een derde land of ondubbelzinnig maatregelen neemt in die zin, tenzij nieuwe relevante omstandigheden zijn ontstaan waarmee het strafhof of tribunaal geen rekening heeft gehouden of er geen juridische mogelijkheid bestond om omstandigheden die relevant zijn voor internationaal erkende mensenrechtennormen aan te voeren voor dat internationale strafgerecht.
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel
Inhoud
2
Artikel 2.5
Aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel na ontvangst van een terugkeerbesluit (artikel 38, eerste lid, aanhef en onder e, Procedureverordening)
Op grond van artikel 38, eerste lid, aanhef en onder e, Procedureverordening kan een aanvraag worden afgewezen als niet-ontvankelijk als de vreemdeling asiel aanvraagt pas zeven dagen of later na ontvangst van een terugkeerbesluit. Het gaat in ieder geval om de situatie dat de vreemdeling:
in het kader van het opleggen van een terugkeerbesluit erop is gewezen dat indien hij meent bij terugkeer iets te vrezen te hebben een asielwens kenbaar dient te maken binnen een periode van zeven werkdagen vanaf de datum van ontvangst van het terugkeerbesluit en hij hiervan geen gebruik heeft gemaakt;
hij op de hoogte is gebracht van de gevolgen van het niet doen van een aanvraag binnen die termijn; en
er sinds het verstrijken van de termijn van zeven werkdagen geen nieuwe relevante elementen naar voren zijn gekomen.