Op grond van artikel 35, derde lid Procedureverordening rondt de IND de versnelde behandelingsprocedure, als bedoeld in artikel 42 Procedureverordening, uiterlijk drie maanden na de datum van indiening van het verzoek af.
Als algemene regel neemt de IND op grond van artikel 35, vierde lid Procedureverordening binnen zes maanden na indiening van het verzoek een beslissing.
Op basis van artikel 35, vijfde lid Procedureverordening kan de beslistermijn met maximaal zes maanden worden verlengd indien:
een onevenredig aantal verzoeken om internationale bescherming worden ingediend binnen dezelfde termijn;
indien er complexe feitelijke en juridische kwesties aan de orde zijn; of
wanneer de vertraging duidelijk en uitsluitend kan worden toegeschreven aan de vreemdeling bij het verstrekken van de gegevens op grond van artikel 9 Procedureverordening.
Onder complexe feitelijke en juridische kwesties als bedoeld in artikel 35, vijfde lid, aanhef en onder b Procedureverordening wordt in ieder geval verstaan dat er onderzoek moet worden gedaan of advies moet worden gevraagd aan externe partijen of deskundigen. Er is ook sprake van een complexe feitelijke en juridische kwestie zoals bedoeld in artikel 35, vijfde lid, aanhef en onder b Procedureverordening als er 1F-indicaties zijn.
De IND neemt in ieder geval aan dat de vertraging van de behandeling van de aanvraag aan de vreemdeling is toe te schrijven als bedoeld in artikel 35, vijfde lid, aanhef en onder c Procedureverordening als:
het (eventuele) aanvullend gehoor op verzoek of door toedoen van de vreemdeling verzet wordt;
er bepaalde omstandigheden in het leven van de vreemdeling spelen, zoals langdurige ziekte;
de vreemdeling een contra-expertise laat uitvoeren; of
de vreemdeling kort voor het verstrijken van de beslistermijn met omvangrijke nieuwe stukken komt.