Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel

Inhoud

4

Algemeen

Artikel 4

Algemeen

De IND kan op grond van artikel 32 Vw een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, 29a, 29b, 29c of 29d Vw intrekken. De volgende artikelen zijn van toepassing:

  1. artikel 14 Kwalificatieverordening indien de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 Vw (vluchtelingschap);

  2. artikel 19 Kwalificatieverordening indien de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29a Vw (subsidiaire bescherming);

  3. artikel 32, derde en vierde lid, Vw en artikel 23, derde tot en met vijfde lid Kwalificatieverordening indien de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29b Vw (afgeleide asielvergunning meereizend gezinslid).

  4. Artikel 32, derde en vijfde lid, Vw indien de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29c of 29d Vw (afgeleide asielvergunning nareizend gezinslid).

Artikel 4.1

Intrekkingsgronden volgend uit de Kwalificatieverordening (artikel 14 en 19 Kwalificatieverordening)

De IND trekt de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus van een vreemdeling in als:

  1. de vreemdeling is opgehouden vluchteling te zijn of niet meer in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming (conform artikel 11 en 16, Kwalificatieverordening);

  2. de vreemdeling uitgesloten is of had moeten zijn van de erkenning als vluchteling of subsidiaire bescherming (conform artikel 12 en 17, Kwalificatieverordening);

  3. de vreemdeling feiten verkeerd heeft weergegeven of valse documenten heeft gebruikt of feiten heeft achtergehouden, en dit doorslaggevend is geweest voor de verlening van de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus;

  4. er redelijke gronden zijn de vluchteling te beschouwen als een gevaar voor de nationale veiligheid;

  5. de vluchteling definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en een gevaar vormt voor de gemeenschap van de lidstaat waar de vreemdeling zich op dat moment bevindt;

  6. er ernstige redenen bestaan dat de subsidiair beschermde een gevaar vormt voor de nationale veiligheid;

  7. de subsidiair beschermde een ernstig misdrijf heeft gepleegd voorafgaand aan zijn of haar aankomst in Nederland of voor een ernstig misdrijf is veroordeeld na zijn of haar aankomst;

Imperatief

Al deze gronden zijn imperatief voor de vluchtelingstatus en de subsidiairebeschermingsstatus. Dit betekent dat het intrekken van de vergunning asiel dwingend wordt voorgeschreven als wordt voldaan aan minimaal één van de gronden. De IND voert voor deze intrekkingsgronden geen evenredigheidstoets uit. Er bestaat geen discretionaire bevoegdheid om van deze bepaling af te wijken.

Artikel 4.2

Meerdere intrekkingsgronden

Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht.

Indien één van de intrekkingsgronden ziet op het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid, en deze al dan niet het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht, vermeldt de IND deze intrekkingsgrond in ieder geval in het intrekkingsbesluit. De IND betrekt de openbare orde of nationale veiligheidsaspecten altijd bij de besluitvorming.

← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)