Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel

Inhoud

32

Het asielbeleid ten aanzien van Sudan

Artikel 32.3.1

Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc

De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:

  1. Afrikaanse bevolkingsgroepen in het controlegebied van de Rapid Support Forces.

Artikel 32.3.2

Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:

  1. politiek opposanten;

  2. mensenrechtenactivisten;

  3. personen die actief zijn in de journalistiek;

  4. vrouwen en meisjes;

  5. LHBTIQ+; en

  6. Kanabi.

Artikel 32.4.1.1

Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

Artikel 32.4.1.2

Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt voor Sudan de volgende groep aan als risicoprofiel:

  1. humanitaire hulpverleners.

Artikel 32.4.2

Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc

De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de staten Khartoum, Noord-, Zuid-, West- en Centraal-Darfur, Kordofan en El Gezira.

De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de staten Oost-Darfur, Blauwe Nijl, Witte Nijl en Sennar.

De IND neemt voor Sudan aan dat in de staten Abyei, Noordelijke Staat, Nijl, Rode Zee, Gedaref en Kassala sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.

Artikel 32.5.1

Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)

De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij er individuele aanknopingspunten zijn op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.

Artikel 32.5.2

Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)

De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.

Artikel 32.6

Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.

Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:

  1. algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn; en

  2. de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.

Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.

← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)