Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

Inhoud

Artikel 3.10

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 11-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 11-07-2026.

Nationaliteit waarvan inwilligingspercentage lager is dan 20%

Het gaat in artikel 42, eerste lid, onder j, Procedureverordening om de situatie dat:

  1. De vreemdeling de nationaliteit heeft van, of in het geval van een staatloze zijn gewone verblijfplaats had in een derde land waarvoor volgens de meest recente beschikbare jaargemiddelden van Eurostat voor de gehele Unie, de beslissingsautoriteit in 20% of minder van de gevallen internationale bescherming heeft verleend. Dit percentage is een afspiegeling van de gemiddelde aantallen van verleende internationale bescherming van alle lidstaten.

  2. De IND werpt dit de vreemdeling niet tegen in het geval de IND oordeelt dat zich sinds de publicatie van de betreffende Eurostat-gegevens in het betrokken derde land een belangrijke wijziging heeft voorgedaan.

  3. De IND werpt dit de vreemdeling niet tegen indien de vreemdeling behoort tot een categorie van personen voor wie het erkenningspercentage van 20% of minder niet als representatief voor hun beschermingsbehoeften kan worden beschouwd, wegens een specifieke vervolgingsgrond.

De IND wijst de asielaanvraag op deze grond ook af als kennelijk ongegrond in het geval de vreemdeling een niet-begeleide minderjarige vreemdeling betreft (zie artikel 42, derde lid, Procedureverordening).

11-07-2026 Huidig 10-07-2026 Historisch 08-07-2026 Historisch 12-06-2026 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 12-06-2026.

Tekst van deze versie

Het gaat in artikel 42, eerste lid, onder j, Procedureverordening om de situatie dat:

  1. De vreemdeling de nationaliteit heeft van, of in het geval van een staatloze zijn gewone verblijfplaats had in een derde land waarvoor volgens de meest recente beschikbare jaargemiddelden van Eurostat voor de gehele Unie, de beslissingsautoriteit in 20% of minder van de gevallen internationale bescherming heeft verleend. Dit percentage is een afspiegeling van de gemiddelde aantallen van verleende internationale bescherming van alle lidstaten.

  2. De IND werpt dit de vreemdeling niet tegen in het geval de IND oordeelt dat zich sinds de publicatie van de betreffende Eurostat-gegevens in het betrokken derde land een belangrijke wijziging heeft voorgedaan.

  3. De IND werpt dit de vreemdeling niet tegen indien de vreemdeling behoort tot een categorie van personen voor wie het erkenningspercentage van 20% of minder niet als representatief voor hun beschermingsbehoeften kan worden beschouwd, wegens een specifieke vervolgingsgrond.

De IND wijst de asielaanvraag op deze grond ook af als kennelijk ongegrond in het geval de vreemdeling een niet-begeleide minderjarige vreemdeling betreft (zie artikel 42, derde lid, Procedureverordening).

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)