Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel

Inhoud

27

Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan

Artikel 27.3.1

Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc

Geen bijzonderheden.

Artikel 27.3.2

Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:

  1. ahmadi’s;

  2. christenen;

  3. afvalligen van het islamitisch geloof;

  4. hazara’s;

  5. LHBTIQ+;

  6. leiders en leden van Pakistan Thereek-e-Insaf (PTI);

  7. journalisten en mensenrechtenverdedigers.

Artikel 27.4.1

Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc

Geen bijzonderheden.

Artikel 27.4.1.1

Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

Artikel 27.4.2

Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc

De IND neemt voor de provincies Balochistan en Khyber-Pakhtunkhwa (KP) aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.

Voor de verdere beoordeling of de vreemdeling een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc wordt verwezen naar paragraaf C3/3.3.3 Vc. Voor overige provincies in Pakistan geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst in dit geval niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.

Artikel 27.5.1

Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)

De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en internationale organisaties te verkrijgen voor:

  1. ahmadi’s;

  2. christenen;

  3. afvalligen van het islamitisch geloof;

  4. hazara’s;

  5. LHBTIQ+;

  6. leiders en leden van Pakistan Thereek-e-Insaf (PTI);

  7. journalisten en mensenrechtenverdedigers; en

  8. vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij te vrezen hebben voor (seksuele) geweldpleging.

Artikel 27.5.2

Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)

De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:

  1. ahmadi’s;

  2. afvalligen van het islamitisch geloof;

  3. hazara’s;

  4. LHBTIQ+;

  5. leiders en leden van Pakistan Thereek-e-Insaf (PTI);

  6. journalisten en mensenrechtenverdedigers; en

  7. vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij te vrezen hebben voor (seksuele) geweldpleging.

Artikel 27.6

Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

Er is in Pakistan sprake van adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)