Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel

Inhoud

16

Het asielbeleid ten aanzien van Irak

Artikel 16.2

Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C4/3.6.10 Vc aan:

  1. hoofden van de volgende inlichtingen- en veiligheidsdiensten ten tijde van het Baath-regime:

    1. de Algemene Inlichtingendienst;

    2. de Militaire Inlichtingendienst;

    3. de Speciale Veiligheidsdienst;

    4. de Algemene Veiligheidsdienst; en

    5. de Militaire Veiligheidsdienst; en

  2. officieren van de Speciale Veiligheidsdienst ten tijde van het Baath-regime.

Artikel 16.3.1

Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc

De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:

  1. LHBTIQ+.

Artikel 16.3.2

Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt voor Irak uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen voor geheel Irak (inclusief KAR) aan als risicoprofiel:

  1. politiek activisten;

  2. mensenrechtenactivisten;

  3. journalisten; en

  4. alleenstaande vrouwen.

De IND merkt voor Federaal Irak (exclusief KAR) de volgende groepen aan als risicoprofiel:

  1. shabak;

  2. kaka’i; en

  3. bahai.

Artikel 16.3.2.1

Toelichting alleenstaande vrouwen

Aan een alleenstaande vrouw uit Irak verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw.

Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:

  1. zij geen echtgenoot heeft – of geen persoon met wie zij een duurzame relatie heeft – in Irak met wie zij kan gaan samenleven;

  2. de gezinsband met haar ouderlijk gezin is verbroken en zij aannemelijk heeft gemaakt dat deze niet kan worden hersteld; of

  3. er geen familielid of sociaal netwerk is waar de vrouw, gelet op haar individuele omstandigheden, voor opvang en bescherming op terug kan vallen.

De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.

Artikel 16.4.1.1

Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

Artikel 16.4.2

Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc

De IND neemt voor Irak aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Diyala, Dohuk, Erbil en Ninewa.

Artikel 16.5.1

Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)

De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak.

Artikel 16.5.2

Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)

Geen bijzonderheden.

Artikel 16.6

Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

In Irak is adequate opvang beschikbaar in de zin van paragraaf B8/6 Vc.

Artikel 16.8

Bijzonderheden

Fayli-Koerden

De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.

← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)