Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel

Inhoud

25

Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria

Artikel 25.3.1

Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc

Geen bijzonderheden.

Artikel 25.3.2

Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:

  1. LHBTIQ+.

Artikel 25.4.1

Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc

Geen bijzonderheden.

Artikel 25.4.1.1

Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

Artikel 25.4.2

Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc

Geen bijzonderheden.

Artikel 25.5.1

Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)

De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.

Artikel 25.5.2

Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)

De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:

  1. LHBTIQ+.

Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:

  1. (alleenstaande) (minderjarige) vrouwen zonder beschermend netwerk of beschermende familie die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor (seksuele) geweldpleging en/of genitale verminking.

Artikel 25.6

Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.

Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:

  1. algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn; en

  2. de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.

Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.

← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)