Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel

Inhoud

30.3

Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)

Artikel 30.3.1

Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc

Geen bijzonderheden.

Artikel 30.3.2

Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt uitsluitend de volgende risicoprofielen aan voor geheel Somalië:

  1. mensenrechtenactivisten en journalisten; en

  2. alleenstaande vrouwen.

De IND merkt gebieden in Somalië die (deels) onder controle staan van Al-Shabaab de volgende groepen aan als risicoprofiel:

  1. personen die werken bij, of door Al-Shabaab geassocieerd worden met, de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren;

  2. verkiezingsafgevaardigden en hooggeplaatste politici;

  3. militairen van het Somalische regeringsleger (SNL) en politieagenten;

  4. medewerkers van ngo’s die in de negatieve belangstelling staan van Al-Shabaab.

Artikel 30.3.2.1

Toelichting personen die werken bij, of door Al-Shabaab geassocieerd worden met, de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren

Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet (deels) onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.

Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied (deels) controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.

Artikel 30.3.2.2

Toelichting alleenstaande vrouwen

Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw.

Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:

  1. zij in Somalië geen echtgenoot heeft – of geen persoon met wie zij een duurzame relatie heeft met wie zij kan gaan samenleven; en

  2. er geen grootfamilie – tot de grootfamilie kunnen naast vader, moeder en kinderen ook grootouders, ooms, tantes, neven en nichten behoren – en eventueel een (plaatselijke) meerderheidsclan is waar de vrouw, gelet op haar individuele omstandigheden, voor opvang en bescherming op terug kan vallen.

De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.

← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)