Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel

Inhoud

3.6.4

Openbare orde en artikel 29a, eerste lid, Vw (subsidiairebeschermingsstatus)

Artikel 3.6.4

Openbare orde en artikel 29a, eerste lid, Vw (subsidiairebeschermingsstatus)

De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29a Vw in de volgende twee gevallen:

  1. als de vreemdeling een ‘ernstig misdrijf’ heeft gepleegd voorafgaand aan zijn aankomst in Nederland of voor een ‘ernstig misdrijf’ is veroordeeld na zijn aankomst in Nederland, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid onder b, Kwalificatieverordening. Zie hiervoor paragraaf C4/3.6.4.1 Vc

  2. als de vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, onder d, Kwalificatieverordening. Zie hiervoor paragraaf C4/3.6.4.2 Vc.

De aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt dan kennelijk ongegrond verklaard op grond van artikel 30b, eerste lid, Vw omdat er redelijke gronden bestaan aan te nemen dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. Of er redelijke gronden bestaan om aan te nemen dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap wordt beoordeeld aan de hand van het Unierechtelijk openbare orde-criterium.

Artikel 3.6.4.1

Ernstig misdrijf

Indien de vreemdeling een ernstig misdrijf heeft gepleegd voorafgaand aan zijn aankomst in Nederland, dan is een veroordeling niet noodzakelijk. Indien de vreemdeling na zijn aankomst in Nederland een ernstig misdrijf heeft gepleegd, dan is een veroordeling wel noodzakelijk. Deze hoeft niet definitief (ofwel: onherroepelijk) te zijn. Bij de beoordeling of sprake is een ‘ernstig misdrijf’ houdt de IND in ieder geval rekening met de volgende punten:

  1. de aard van het gepleegde feit;

  2. de schade die is teweeggebracht;

  3. de gevolgde strafprocedure;

  4. de aard van de straf; of

  5. de meeste rechterlijke instanties het gepleegde feit aanmerken als een ernstig misdrijf.

Als het misdrijf naar zijn aard een gevaar voor de gemeenschap oplevert, zoals bedoeld in paragraaf C4/3.6.4.2 Vc, is dit een sterke indicatie dat er sprake is van een ‘ernstig misdrijf’.

Indien de vreemdeling minderjarig is, houdt de IND, conform artikel 17, vijfde lid, Procedureverordening, bij de beoordeling of er sprake is van uitsluiting van de subsidiairebeschermingsstatus onder andere rekening met de vraag of de vreemdeling strafrechtelijk aansprakelijk had kunnen worden gesteld indien hij het misdrijf, op deze leeftijd, in Nederland zou hebben gepleegd en of hij daarvoor zou worden veroordeeld.

Artikel 3.6.4.2

Gevaar voor de gemeenschap

Bij de beoordeling of de vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap is het niet noodzakelijk dat een vreemdeling in het verleden een ernstig misdrijf heeft gepleegd of daarvoor is veroordeeld.

De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).

De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:

  1. de aard van het misdrijf; en

  2. de opgelegde straf.

De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen aannemen dat het misdrijf naar zijn aard een ‘gevaar voor de gemeenschap’ vormt:

  1. opium-, zeden-, gewelds- en levensdelicten;

  2. brandstichting;

  3. mensenhandel;

  4. illegale handel in wapens, munitie en explosieven;

  5. illegale handel in menselijke organen en weefsels.

Deze lijst is niet limitatief.

De IND beoordeelt aan de hand van het ‘Unierechtelijk openbare orde-criterium’ of een vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap. Dit betekent dat de IND beoordeelt of het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de gemeenschap vormt.

De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap indien hij in het buitenland handelingen heeft verricht die de publieke rechtsorde ernstig schokten en die naar Nederlands recht als zware misdrijven worden aangemerkt.

Artikel 3.6.4.3

Evenredigheidstoets

Indien de IND beoordeelt dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, sluit de IND de vreemdeling uit van de subsidiairebescherminggstatus, zoals bedoeld in artikel 17, lid 1, Kwalificatieverordening, zonder een evenredigheidstoetsing in verband met de vrees voor ernstige schade uit te voeren.

Artikel 3.6.4.4

Ambtshalve toets

Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/7 Vc. Hierin staan ook bepalingen opgenomen ten aanzien van artikel 8 EVRM.

Artikel 3.6.4.5

Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod

Voor het uitvaardigen van een besluit tot signalering wordt verwezen naar paragraaf A4/4 Vc. Voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt verwezen naar paragraaf A3/1.1 Vc. Voor het opleggen van een inreisverbod wordt verwezen naar paragraaf A4/2 Vc.

Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt of een besluit tot signalering op grond van A4 Vc betrekt de IND het ‘Unierechtelijk openbare orde-criterium’ ook in dit kader.

← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)