De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel met inachtneming van artikel 4 Kwalificatieverordening en artikel 34 Procedureverordening.
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel
Inhoud
3.1
Artikel 3.1.2
Daden van vervolging
Artikel 9 Kwalificatieverordening beschrijft wat wordt verstaan onder daden van vervolging.
Artikel 3.1.3
Actoren van vervolging en ernstige schade
Artikel 6 Kwalificatieverordening beschrijft wat wordt verstaan onder actoren van vervolging of ernstige schade.
Artikel 3.1.4
Toepassing van artikel 5 Kwalificatieverordening (ter plaatse ontstane behoefte aan internationale bescherming)
Op grond van artikel 5 Kwalificatieverordening kan de IND een verblijfsvergunning asiel verlenen aan de vreemdeling, die aannemelijk gemaakt heeft een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op het lijden van ernstige schade te hebben vanwege:
gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden nadat de verzoeker het land van herkomst heeft verlaten; of
activiteiten die de verzoeker na het verlaten van zijn of haar land van herkomst heeft verricht, met name wanneer wordt vastgesteld dat de betrokken activiteiten de uitdrukking en de voortzetting vormen van overtuigingen, opvattingen of strekkingen die de betrokkene in het land van herkomst aanhing.
De behoefte aan internationale bescherming wordt aangeduid als ter plaatse ontstaan.
De IND beoordeelt op basis van algemeen beschikbare informatie, door de vreemdeling afgelegde verklaringen en eventueel ondersteunend bewijs of de vreemdeling problemen staan te wachten bij terugkeer en of die problemen zo ernstig zijn dat deze moeten worden beschouwd als daden van vervolging dan wel aanleiding geven om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen. Wat betreft de vraag of van de vreemdeling terughoudendheid mag worden verwacht, wordt verwezen naar hetgeen hieronder wordt beschreven ten aanzien van politieke overtuiging, godsdienst en seksuele gerichtheid en genderaspecten.
Ook indien de activiteiten van de vreemdeling, die de vreemdeling heeft ondernomen na zijn vertrek uit het land van herkomst, niet volgen op activiteiten die de vreemdeling al in het land van herkomst heeft ondernomen vóór zijn vertrek kan de vreemdeling een ter plaatse ontstane behoefte hebben aan bescherming (zie ook artikel 5, eerste lid, aanhef en onder b, Kwalificatieverordening). Hiervan kan sprake zijn, als de vreemdeling voldoet aan de volgende voorwaarden:
de autoriteiten in het land van herkomst zijn bekend met, of de vreemdeling heeft aannemelijk gemaakt dat de autoriteiten in het land van herkomst op de hoogte zullen raken van, de activiteiten van de vreemdeling; en
de activiteiten leveren een gegronde vrees voor vervolging op dan wel een reëel risico op ernstige schade.
Artikel 3.1.5
Misbruik van recht
De vreemdeling die geacht wordt een gegronde vrees te hebben voor vervolging of een reëel risico te lopen op ernstige schade, kan een verblijfsvergunning asiel onthouden worden als de vreemdeling de omstandigheden waarop het risico van vervolging of ernstige schade berust, zelf veroorzaakt heeft nadat hij het land van herkomst heeft verlaten met als enig of voornaamste doel de voorwaarden te creëren om in aanmerking te komen voor internationale bescherming (zie artikel 5, tweede lid, Kwalificatieverordening).
De IND moet motiveren uit welke feiten en omstandigheden volgt dat is voldaan aan de objectieve en subjectieve vereisten, waardoor aannemelijk is dat de vreemdeling voor zichzelf kunstmatig de voorwaarden heeft geschapen, alleen met als enig of voornaamste doel om zo in aanmerking te kunnen komen voor internationale bescherming. De enkele omstandigheid dat de gebeurtenissen na het verlaten van het land van herkomst plaatsvinden, is op zichzelf nog geen reden om artikel 5, tweede lid, Kwalificatieverordening toe te passen.
De toepassing van artikel 5, tweede lid, Kwalificatieverordening en het daarmee onthouden van een verblijfsvergunning asiel kan geen afbreuk doen aan het beginsel van non-refoulement zoals vastgelegd in artikel 3 EVRM en de artikelen 4 en 19, tweede lid, EU Handvest.
Artikel 3.1.6
Aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
De IND neemt geen aanvraag in behandeling voor een verblijfsvergunning asiel van een vreemdeling, die zich voor bescherming meldt bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of een derde land. De vreemdeling wordt door de medewerker van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging doorverwezen naar de autoriteiten van het derde land, waar de vreemdeling zich bevindt of naar de UNHCR of UNDP.