Binnen de 48-uurstermijn heeft de rechtsbijstandverlener een aantal termijnen voor het bijstaan van de asielzoeker. De asielzoeker heeft twee uur de tijd om het nader gehoor voor te bespreken met diens rechtsbijstandverlener (zie C13/2).
Voorts heeft de asielzoeker drie uur de tijd om het rapport van nader gehoor en het voornemen met diens rechtsbijstandverlener te bespreken en eventueel correcties en aanvullingen en een zienswijze in te dienen. Indien naar aanleiding van het nader gehoor ingesteld onderzoek onderzoeksresultaten naar voren komen die afwijken van hetgeen de asielzoeker tijdens het nader gehoor heeft verklaard, wordt de asielzoeker gedurende een redelijke termijn, doch maximaal vier uur, in de gelegenheid gesteld om op deze onderzoeksresultaten te reageren (zie C15/4).
Als de asielzoeker de hem toegedeelde termijn met diens rechtsbijstandverlener overschrijdt, wordt bij de rechtsbijstandverlener gerappelleerd waarbij navraag wordt gedaan naar de reden van termijnoverschrijding. Deze reden van termijnoverschrijding wordt vervolgens geregistreerd en in het dossier vastgelegd.
In het geval van termijnoverschrijding door rechtsbijstand van de voorbereidingstijd op het nader gehoor, kan aan rechtsbijstand een uiterste termijn van (nog eens) drie uren gegeven worden waarna door de IND mogelijk met het nader gehoor zal worden aangevangen. Voorts zal in het geval van termijnoverschrijding van de drie uur die de asielzoeker ter beschikking staan om het rapport van nader gehoor na te bespreken en een zienswijze op het voornemen uit te brengen, tot uiterlijk het 46e uur gewacht kunnen worden alvorens wordt aangevangen met de voorbereidingen voor uitreiking van de beschikking waarna de beschikking zal worden uitgereikt. Indien de zienswijze na het 46e uur wordt ingediend, zal deze zoveel mogelijk schriftelijk worden meegenomen in de beschikking, voor zover deze nog niet is uitgereikt. In dat geval dient in de beschikking te worden blijk gegeven dat de zienswijze is betrokken bij de besluitvorming, ook indien dit niet tot een ander oordeel leidt.
Het feit dat de beschikking ondanks het feit dat de zienswijze ontbreekt, wordt uitgereikt, betekent dat de zaak naar het oordeel van de IND zich leende voor afdoening in het AC.
Een uitzondering op het bovenstaande wordt gemaakt voor die zaken waarbij de asielzoeker niet is voorbereid op het nader gehoor door een rechtsbijstandverlener. In het voorkomende geval dat besloten is om voorbij te gaan aan de voorbereiding op het nader gehoor, wordt de nabespreking, teneinde een eventueel in te dienen zienswijze, in ieder geval afgewacht.
Indien de IND de 48-uurstermijn overschrijdt, komt de asielzoeker in de vervolgprocedure terecht en wordt de asielzoeker (behoudens de uitzonderingen als genoemd in C23/2.3) doorverwezen naar een opvangvoorziening.
De tijd voor rechtsbijstandsverlening gaat lopen vanaf het moment dat de zaak wordt aangemeld bij de rechtsbijstandverlener. De tijd voor rechtsbijstandsverlening stopt zodra de zaak bij de planning van de IND wordt afgemeld en eventuele schriftelijke reacties zijn overhandigd.
Uitzondering:
Indien de tolk niet tijdig beschikbaar is, ondanks inspanningen van respectievelijk de IND en de rechtsbijstandverlener, die beiden verantwoordelijk zijn voor het tijdig inzetten van tolken, wordt de aanvraag van de asielzoeker (behoudens de uitzonderingen als genoemd in C23/2.3) verder behandeld in de vervolgprocedure en wordt de asielzoeker doorgezonden naar een opvangvoorziening. Onder ‘tijdig’ wordt het volgende verstaan. De uren die gemoeid zijn met het wachten op een tolk ten behoeve van het verkeer tussen vreemdeling en zijn rechtshulpverlener duren in zijn totaliteit niet langer dan 22 uur, vermeerderd met het aantal uren dat de AC-procedure korter heeft geduurd dan de volle 48 uur. Op deze manier wordt gewaarborgd dat de verblijfsduur van de asielzoeker in een AC niet onredelijk lang wordt verlengd enkel vanwege het wachten op een tolk. Indien deze tijd wordt overschreden, kan gesproken worden van een dermate ernstige vertraging van de behandeling van de asielaanvraag dat de zaak verder behandeld dient te worden in de vervolgprocedure.