Integrale beoordeling
De IND beoordeelt of de referent met alle overgelegde documenten en/of afgelegde verklaringen, in onderlinge samenhang bezien, de identiteit van de betrokkenen en hun onderlinge familierechtelijke relatie aannemelijk heeft gemaakt. Hierbij wordt onder andere het volgende betrokken:
De hoeveelheid en bewijswaarde van de overgelegde documenten en de inspanning die de referent en/of het gezinslid heeft geleverd om de aanvraag te onderbouwen;
De aannemelijkheid en samenhang van de verklaringen van de referent en/of het gezinslid voor het ontbreken van relevante documenten;
De leeftijd en het geslacht van de referent en het gezinslid;
De omstandigheden waarin de referent en het gezinslid verkeren;
De omstandigheden en administratieve praktijk in het land van afgifte; en
Eventuele contra-indicaties.
Als de IND oordeelt dat de verklaringen over de identiteit van de betrokkenen en hun onderlinge familierechtelijke relatie in grote lijnen als aannemelijk kunnen worden beschouwd, dan beoordeelt de IND of er aanleiding bestaat het voordeel van de twijfel te gunnen.
Het geven van het voordeel van de twijfel kan leiden tot het aanbieden van nader onderzoek of een inwilliging van de aanvraag. Als de IND geen voordeel van de twijfel geeft en geen nader onderzoek aanbiedt, maakt de IND de relevante overwegingen kenbaar in het besluit.
Mogelijke vormen van nader onderzoek staan in paragraaf C5/1.1.3 Vc.
De IND hoeft geen voordeel van de twijfel te geven (en dus nader onderzoek aan te bieden), als sprake is van contra-indicaties. Van een contra-indicatie kan onder andere sprake zijn als de referent of zijn gezinslid:
tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over (het ontbreken van) documenten;
valse of vervalste documenten heeft overgelegd; of
er anderszins onjuiste of misleidende informatie is verstrekt.
Ook als zich een contra-indicatie voordoet, betrekt de IND de overige verklaringen of bewijsmiddelen bij de beoordeling of nader onderzoek wordt aangeboden.
Bij het ontbreken van documenten die de identiteit en/of de familierechtelijke relatie tussen de referent en het biologische minderjarige kind aannemelijk moeten maken, zal de IND de aanvraag in beginsel niet afwijzen, maar nader onderzoek opstarten.