De IND beoordeelt of er op het moment van binnenkomst van de referent in Nederland sprake was van een feitelijke gezinsband. De IND beoordeelt ook of zich na binnenkomst van de referent in Nederland omstandigheden hebben voorgedaan waardoor kan worden aangenomen dat de feitelijke gezinsband is verbroken. De IND werpt feiten en omstandigheden die noodgedwongen door de vlucht zijn ingegeven in beginsel niet tegen.
Minderjarige biologische of geadopteerde kinderen
De IND neemt aan dat het minderjarige biologische en/of geadopteerde kind feitelijk behoort tot het gezin van de referent als de referent gezag heeft over het kind en het kind ten laste komt van de referent.
De IND neemt voor de volgende personen in ieder geval aan dat zij van rechtswege rechtmatig gezag hebben:
beide echtgenoten als het kind is geboren tijdens het huwelijk; en
de alleenstaande moeder.
Dit geldt niet als er een aanwijzing is dat het gezag niet of niet langer bij hen of haar berust.
De IND neemt aan dat beide ouders rechtmatig gezag hebben als volgens de islamitische rechtstraditie de vader na ontbinding van het huwelijk het gezag houdt over zijn kinderen en de moeder het zorgrecht ('hadânah') krijgt.
Voor de beoordeling of het minderjarige biologische en/of geadopteerde kind ten laste komt van referent, beoordeelt de IND of dit kind in het land van herkomst, dan wel een derde land waar het kind verblijft, materieel wordt ondersteund door de referent. Deze materiële ondersteuning moet noodzakelijk en reëel zijn.
Er is sprake van een materiële ondersteuning wanneer de referent en/of de andere ouder voor wie ook een aanvraag is ingediend, tot aan het moment van het nareisverzoek onafgebroken in de basisbehoeften heeft voorzien of regelmatig een som geld heeft gegeven welke voor het kind noodzakelijk is om in zijn basisbehoeften te voorzien in zijn land van herkomst dan wel een derde land waar het kind verblijft.
Als de referent en/of de ouder voor wie ook een aanvraag is ingediend het kind niet daadwerkelijk materieel ondersteunt, moet de referent aannemelijk maken het gezinslid te zijn dat het best in staat is om de vereiste materiële ondersteuning te verlenen. De IND houdt hierbij rekening met alle relevante omstandigheden, zoals graad van verwantschap, aard en hechtheid van andere familiebanden en leeftijd en economische situatie van andere verwanten. Als de referent dit aannemelijk kan maken neemt de IND aan dat het minderjarige kind ten laste komt van de referent.
Het minderjarige biologische en/of geadopteerde kind komt in ieder geval niet ten laste van de referent en of de ouder voor wie ook een nareisaanvraag is ingediend als het kind:
in zijn eigen onderhoud voorziet;
door de achterblijvende ouder, voor wie geen nareisaanvraag is ingediend, financieel wordt onderhouden; of
door een derde financieel wordt onderhouden.
Als het kind zelfstandig woont, in eigen onderhoud voorziet en/of een zelfstandig gezin heeft gevormd, dan neemt de IND aan dat het kind niet meer feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s).
Wettelijk huwelijk
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29c of 29d Vw, als het huwelijk een naar internationaal privaatrecht rechtsgeldig huwelijk is en al bestond voordat de referent Nederland is ingereisd. De IND verleent de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29c of artikel 29d Vw niet als er geen feitelijke invulling is gegeven aan het huwelijk. De IND erkent het huwelijk niet als de huwelijkspartner jonger dan 18 jaar is of als het huwelijk onder dwang tot stand is gekomen. In deze gevallen is er ook geen sprake van een familierechtelijke relatie.
De IND beschouwt een huwelijk als een naar internationaal privaatrecht rechtsgeldig huwelijk als een dergelijk huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten, als rechtsgeldig wordt aangemerkt. Als een huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten niet als rechtsgeldig wordt aangemerkt, dan wijst de IND de aanvraag af.
Ouders van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling
De IND neemt aan dat de feitelijke gezinsband tussen de niet-begeleide minderjarige vreemdeling en zijn ouders is verbroken wanneer de niet-begeleide minderjarige vreemdeling zelfstandig woont, voorziet in zijn eigen levensonderhoud of een zelfstandig gezin heeft gevormd.
De IND wijst een verzoek van een minderjarige om nareis van zijn ouders af, als de minderjarige zelf in het kader van nareis Nederland is ingereisd. In dat geval heeft de IND in een eerdere procedure vastgesteld dat deze minderjarige feitelijk tot een ander gezin behoort. Daarmee valt deze ook niet onder de zorg en verantwoordelijkheid van degenen, voor wie de minderjarige om nareis verzoekt.
Overschrijding beslistermijn bij niet-begeleide minderjarige vreemdeling
Als de wettelijke beslistermijn van een nareisaanvraag van een referent die minderjarig was ten tijde van de datum van de nareisaanvraag is overschreden, gaat de IND bij de beoordeling van de afhankelijkheid van de referent uit van de omstandigheden ten tijde van de datum van de nareisaanvraag. Signalen van onafhankelijkheid die sinds de datum van de nareisaanvraag zijn ontstaan, worden door de IND in beginsel niet betrokken bij de vraag of de feitelijke gezinsband is verbroken.
Minderjarige broers en zussen van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29c of artikel 29d Vw aan een minderjarige broer of zus van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling, als:
de aanvraag voor de broer of zus tegelijktijdig met de aanvraag voor de ouder(s) wordt ingediend en deze ook wordt toegekend; en
de broer of zus ten laste komt van die ouder(s).
Voor wat betreft de ‘ten laste komen van’-beoordeling wordt aangesloten bij het kopje ‘Minderjarige biologische en geadopteerde kinderen’.
Als het kind zelfstandig woont en/of een zelfstandig gezin heeft gevormd, dan neemt de IND aan dat het kind niet meer feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s).