De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
Voor de invulling van de term ‘hoofdverblijf’ zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw wordt verwezen naar paragraaf B1/6.2.1 Vc.
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’, zie paragraaf C2/10.4.5 Vc, of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.