Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Het Hof houdt toezicht op de naleving van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (zie ook C1/4.3).
Het Comité voor de rechten van de mens (Human Rights Committee). Dit comité houdt toezicht op de naleving van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Artikel 7 van dit Verdrag bepaalt dat niemand mag worden onderworpen aan folteringen, of aan wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. In het bijzonder mag niemand, zonder zijn in vrijheid gegeven toestemming, worden onderworpen aan medische of wetenschappelijke experimenten.
Het Comité tegen Foltering (Committee Against Torture). Dit is het Verdragscomité dat toezicht houdt op de naleving van het Internationale Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Artikel 3 van dit Verdrag bepaalt dat geen enkele Verdragsstaat een persoon uit mag zetten of terugzenden naar of uitleveren aan een andere staat wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat hij daar gevaar zou lopen te worden onderworpen aan foltering.
Inhoud
Artikel 19.2
Instanties
Tekst van deze versie
Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Het Hof houdt toezicht op de naleving van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (zie ook C1/4.3).
Het Comité voor de rechten van de mens (Human Rights Committee). Dit comité houdt toezicht op de naleving van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Artikel 7 van dit Verdrag bepaalt dat niemand mag worden onderworpen aan folteringen, of aan wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. In het bijzonder mag niemand, zonder zijn in vrijheid gegeven toestemming, worden onderworpen aan medische of wetenschappelijke experimenten.
Het Comité tegen Foltering (Committee Against Torture). Dit is het Verdragscomité dat toezicht houdt op de naleving van het Internationale Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Artikel 3 van dit Verdrag bepaalt dat geen enkele Verdragsstaat een persoon uit mag zetten of terugzenden naar of uitleveren aan een andere staat wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat hij daar gevaar zou lopen te worden onderworpen aan foltering.
Nog geen automatische verwijzingen.