De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
(vermeende) opposanten van een feitelijke machthebber, inclusief gewapende groeperingen en milities;
mensenrechtenactivisten en mensenrechtenadvocaten;
leden van het justitieel apparaat;
vrouwen die maatschappelijk of politiek actief zijn;
journalisten;
werknemers van non-gouvernementele organisaties;
LHBT’s;
(bekeerde) christenen;
(staatloze) Palestijnen; en
Gaddafi-loyalisten die direct voorafgaande aan hun komst naar Nederland hun normale woonplaats hadden in GNA gecontroleerd gebied.
Ad j.
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
Warfalla;
Warshefana;
Si’an;
Tarhuna;
Tawergha’s;
Gwelish;
Mashashiya’s;
Toearegs; en
Tobu’s.