Onder vluchtelingen worden vreemdelingen verstaan die voldoen aan de omschrijving van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag. Het betreft vreemdelingen die afkomstig zijn uit een land, waarin zij gegronde vrees hebben voor vervolging wegens hun godsdienstige of politieke overtuiging of hun nationaliteit, dan wel wegens het behoren tot een bepaald ras of tot een bepaalde sociale groep.
Een vreemdeling moet als vluchteling worden aangemerkt, zodra hij voldoet aan de hierboven genoemde criteria. De vluchteling is derhalve niet pas vluchteling op het moment van de uitspraak van de beoordelende staat. De beslissing om een vreemdeling als vluchteling te erkennen is declaratoir.
Voorzover het gaat om minderjarige asielzoekers, wordt verwezen naar de paragrafen 213 tot en met 219 van het Handboek van de UNHCR met betrekking tot procedures en criteria voor de bepaling van de vluchtelingenstatus. Deze bevatten specifieke aandachtspunten over de bepaling van vluchtelingschap van alleenstaande minderjarigen. Hierin staat onder meer dat bij de beoordeling of er sprake is van vluchtelingschap rekening moet worden gehouden met de mate van geestelijke ontwikkeling en volwassenheid van de alleenstaande minderjarige.
De status van vluchteling waarborgt de bescherming voortvloeiende uit het Vluchtelingenverdrag. Dat is met name de bescherming op grond van artikel 33 Vluchtelingenverdrag: de vluchteling zal niet – op welke wijze dan ook – worden teruggezonden naar een land waar zijn leven of vrijheid zou worden bedreigd wegens de in artikel 1A Vluchtelingenverdrag genoemde gronden (het gebod van non-refoulement).
Ingevolge artikel 33, tweede lid, Vluchtelingenverdrag mag slechts in geval van hoge uitzondering hiervan worden afgeweken, indien het een vluchteling betreft ten aanzien van wie er ernstige redenen bestaan hem te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van het land waar hij zich bevindt, of die, bij gewijsde veroordeeld wegens een bijzonder ernstig misdrijf, een gevaar oplevert voor de gemeenschap van dat land.
Uit het Vluchtelingenverdrag of andere internationale regelingen vloeit niet de verplichting voort om een vluchteling een verblijfsvergunning te verlenen.