Aanmelding en indiening van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling geeft in persoon bij de aanmeldunit van de AVIM te kennen dat hij een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen. De AVIM registreert dit verzoek binnen de termijnen als bedoeld in artikel 3.107b Vb.
De vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in bij de AVIM in het aanmeldcentrum Ter Apel dan wel op een andere door de IND aangewezen locatie. De vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd conform artikel 3.108c Vb zo snel mogelijk in nadat de AVIM de handelingen in het kader van de vaststelling van de identiteit heeft verricht.
In afwijking van de regel over het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gelden aparte beleidsregels voor de vreemdeling:
die aan de buitengrens heeft aangegeven een aanvraag te willen indienen en aan wie het besluit omtrent de toegangsweigering is uitgesteld (zie paragraaf C1/2.5 Vc); of
die een tweede of volgende aanvraag wil indienen (zie paragraaf C1/2.9 Vc); of
die een last minute aanvraag wil indienen (zie paragraaf C1/2.9 Vc); of
aan wie de vrijheid is ontnomen (zie paragraaf C1/2.10 Vc).
De IND merkt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die op een ander dan het door de IND aangewezen moment of locatie of op een andere dan de hierboven beschreven wijze wordt ingediend, aan als een onvolledige aanvraag. Een onvolledige aanvraag doet de termijnen van de rust- en voorbereidingstermijn en de algemene asielprocedure niet aanvangen.
Zodra de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend, verstrekt de IND aan de vreemdeling:
de informatiebrochure ‘Deel A: Informatie over de Dublinverordening voor personen die om internationale bescherming verzoeken’, conform artikel 4 van Verordening (EU) nr. 604/2013; en
de informatiebrochure ‘Voordat u uw asielprocedure begint’.
De vreemdeling vult na aanmelding bij de aanmeldunit van de AVIM een aanmeldformulier in. De IND maakt aan de hand van het onderzoek van AVIM en de gegevens op het aanmeldformulier een inschatting van de procedure die voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zal worden gevolgd:
de Dublinprocedure (zie paragraaf C1/2.6 Vc);
de procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst in de zin van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw of voor vreemdelingen die in een andere lidstaat van de Europese Unie internationale bescherming genieten in de zin van artikel 30a, eerste lid, onder a, Vw (zie paragraaf C1/2.7 Vc); of
de algemene asielprocedure (zie paragraaf C1/2.3 Vc).
Beschikbaarheid tijdens de asielprocedure
De IND verstrekt aan de vreemdeling met het oog op zijn beschikbaarheid tijdens de asielprocedure (inclusief de Dublinprocedure) een aanwijzing door middel van model M117-C, waarin staat aangegeven in welke plaats of locatie hij zich gedurende die periode dient op te houden. De IND licht de aanwijzing mondeling toe.
De IND beoordeelt op verzoek van de vreemdeling of de beschikbaarheid van de vreemdeling tijdens de asielprocedure nog langer nodig is. De beschikbaarheid van de vreemdeling is niet meer nodig als de IND geen processtappen meer voorziet waarvoor de aanwezigheid van de vreemdeling noodzakelijk is.
Voor de Dublinprocedure wordt de aanwijzing door middel van model M117-C verstrekt op de dag dat de IND een gehoor afneemt in de zin van artikel 5, eerste lid van Verordening (EU) 604/2013.
Onderzoek naar de toepasbaarheid van Verordening (EU) 604/2013 (Dublin)
Na indiening van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd start de IND conform artikel 20, eerste lid van Verordening (EU) 604/2013 met het onderzoek welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van die aanvraag.
Voor dit onderzoek verricht de IND, de AVIM en/of de ambtenaar belast met de grensbewaking onderzoek naar de vingerafdrukken van de vreemdeling in EU VIS en EURODAC.
In het kader van dit onderzoek neemt de IND een gehoor af in de zin van artikel 5, eerste lid van Verordening (EU) 604/2013. Dit gehoor wordt aangeduid als een ‘Dublin aanmeldgehoor’. Tijdens dit gehoor biedt de IND de vreemdeling de mogelijkheid om de volgens artikel 4 Verordening (EU) 604/2013 aan hem verstrekte informatie juist te begrijpen; stelt de IND in ieder geval vragen in het kader van Verordening (EU) 604/2013; en informeert de IND de vreemdeling over de resultaten van het onderzoek naar de vingerafdrukken van de vreemdeling. De IND kan aan de vreemdeling vragen stellen over de resultaten van het onderzoek in Eurodac en EU VIS. Wanneer de vreemdeling de toegang is geweigerd of in bewaring is gesteld, kan ook de AVIM of de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling horen in het kader van Verordening (EU) 604/2013.
Zodra er concrete aanwijzingen zijn dat een ander land verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verstrekt de IND aan de vreemdeling de informatiebrochure ‘Deel B: De Dublinprocedure – informatie voor personen die om internationale bescherming verzoeken en zich in een Dublinprocedure bevinden, conform artikel 4 van Verordening (EU) Nr. 604/2013’. Als de folder tijdens het gehoor wordt uitgereikt, wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld de brochure te lezen.
Als er concrete aanwijzingen zijn dat een ander land verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of als deze tijdens het gehoor naar voren komen, vraagt de IND de vreemdeling tijdens dit gehoor, conform artikel 30, tweede lid Vw, naar zijn eventuele bezwaren tegen overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat.
Het rapport van gehoor wordt uiterlijk tegelijkertijd met het voornemen bekend gemaakt aan de vreemdeling.
Indien de aanvraag vermoedelijk niet in behandeling zal worden genomen op grond van artikel 30 Vw, behandelt de IND de aanvraag conform artikel 3.109c Vb in de Dublinprocedure (zie paragraaf C1/2.6 Vc).
Onderzoek of de vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst of in een andere lidstaat van de Europese Unie internationale bescherming geniet.
Wanneer de IND indicaties heeft dat de vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst of in een andere lidstaat van de Europese Unie internationale bescherming geniet, neemt de IND na het indienen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een gehoor als bedoeld in artikel 3.109ca, vierde lid, Vb af. Zie paragraaf C1/2.7 Vc voor de verdere procedure.
Het aanmeldgehoor
Wanneer de IND inschat dat de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zal worden behandeld in de algemene asielprocedure, neemt de IND een aanmeldgehoor af. Dit aanmeldgehoor is een onderzoek als bedoeld in artikel 3.109, vierde lid, Vb. Tijdens het aanmeldgehoor doet de IND onderzoek naar de identiteit en de nationaliteit van de vreemdeling, als ook naar de overgelegde bescheiden en documenten.
De vragen die de IND tijdens het aanmeldgehoor stelt, betreffen vragen over:
de personalia van de vreemdeling;
zijn geboorteplaats en geboortedatum;
zijn nationaliteit, religie en etnische afkomst;
de datum van zijn vertrek uit het land van herkomst;
de datum van zijn aankomst in Nederland;
eventueel verblijf in derde landen, en
het bezit van een paspoort en identiteitsdocumenten.
Ook vraagt de IND naar zaken zoals:
de reisroute;
genoten opleiding;
militaire dienst;
werkzaamheden in land van herkomst en
leefomgeving/levensloop en gezins- en familieleden.
De IND stelt tijdens het aanmeldgehoor geen vragen over de asielmotieven. Dit is neergelegd in artikel 3.109, derde lid Vb.
De IND vraagt alleenstaande minderjarige vreemdelingen jonger dan twaalf jaar tijdens het aanmeldgehoor uitsluitend naar de volgende gegevens:
personalia (naam, voornamen, geboortedatum en -plaats);
nationaliteit;
spreekta(a)l(en);
laatste adres in het land van herkomst;
etnische afkomst;
religie;
gezinssamenstelling in het land van herkomst (de namen van de vader, de moeder en eventuele (half-)broers en (half-)zussen, en eventuele overige familieleden); en
schoolopleiding en naam van de school.
De vreemdeling mag schriftelijk op het rapport van aanmeldgehoor reageren en kan eventuele correcties en aanvullingen ook tijdens het eerste gehoor inbrengen.