Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

Inhoud

Artikel 2.2

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 07-04-2007.

De uitsluitingsgronden van het Vluchtelingenverdrag

Het Vluchtelingenverdrag is op grond van artikel 1D niet van toepassing op personen die bescherming of bijstand genieten van andere organen of instellingen van de VN dan de UNHCR. Wanneer deze bescherming of bijstand om welke reden dan ook is opgehouden, zullen deze personen van rechtswege onder het Vluchtelingenverdrag vallen.

Deze bepaling is van toepassing op staatloze Palestijnen die onder het mandaat vallen van de UNRWA. Deze gebieden bevinden zich in Jordanië, Libanon, Syrië en in de door Israël bezette gebieden. Het Vluchtelingenverdrag is dus niet op hen van toepassing. Deze personen komen gezien de bewoordingen van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van deze bepaling.

Indien een Palestijn zich niet meer in het mandaatgebied van de UNRWA bevindt, valt de uitsluitingsgrond van artikel 1D, eerste paragraaf, Vluchtelingenverdrag weg en is het Vluchtelingenverdrag weer van toepassing. Dit betekent echter niet dat automatisch een verblijfsvergunning asiel zou moeten worden verleend. Van betrokkene mag immers worden verwacht dat hij zich weer naar dat mandaatgebied begeeft teneinde opnieuw de bescherming van de UNRWA in te roepen.

Dit is alleen anders wanneer de vreemdeling aannemelijk kan maken dat hij niet naar UNRWA-gebied kan terugkeren omdat hij binnen het mandaatgebied van de UNRWA gegronde vrees voor vluchtelingrechtelijke vervolging heeft en hij daartegen geen bescherming van de UNRWA kan inroepen. Aan de vreemdeling kan in dat geval op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden verleend.

Indien geen verblijfsvergunning op grond van deze bepaling wordt verleend, wordt ook getoetst aan de overige verleningsgronden van artikel 29 Vw en aan de verleningsgronden van de ambtshalve te verlenen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie B14).

Het Vluchtelingenverdrag is voorts op grond van artikel 1F niet van toepassing op een persoon ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat hij oorlogsmisdrijven of andere ernstige misdrijven heeft gepleegd. Personen op wie deze bepaling van toepassing is komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning in Nederland (zie C4/3.11.3).

11-07-2026 Huidig 10-07-2026 Historisch 08-07-2026 Historisch 12-06-2026 Historisch 06-06-2026 Historisch 05-05-2026 Historisch 25-04-2026 Historisch 23-04-2026 Historisch 04-04-2026 Historisch 03-04-2026 Historisch 25-03-2026 Historisch 11-03-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-10-2025 Historisch 17-10-2025 Historisch 04-10-2025 Historisch 01-10-2025 Historisch 12-09-2025 Historisch 25-07-2025 Historisch 03-07-2025 Historisch 20-06-2025 Historisch 19-06-2025 Historisch 04-06-2025 Historisch 04-04-2025 Historisch 01-04-2025 Historisch 11-02-2025 Historisch 06-02-2025 Historisch 31-01-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 20-12-2024 Historisch 29-11-2024 Historisch 15-11-2024 Historisch 25-07-2024 Historisch 23-07-2024 Historisch 16-07-2024 Historisch 03-07-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 04-06-2024 Historisch 25-04-2024 Historisch 03-04-2024 Historisch 01-04-2024 Historisch 28-03-2024 Historisch 24-02-2024 Historisch 26-01-2024 Historisch 17-01-2024 Historisch 12-01-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-12-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 02-09-2023 Historisch 29-08-2023 Historisch 13-07-2023 Historisch 07-07-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 22-06-2023 Historisch 31-05-2023 Historisch 05-05-2023 Historisch 22-04-2023 Historisch 01-04-2023 Historisch 11-03-2023 Historisch 11-02-2023 Historisch 09-02-2023 Historisch 07-02-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 10-11-2022 Historisch 05-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 29-09-2022 Historisch 27-09-2022 Historisch 18-08-2022 Historisch 22-07-2022 Historisch 21-07-2022 Historisch 07-07-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 08-06-2022 Historisch 26-05-2022 Historisch 04-05-2022 Historisch 03-05-2022 Historisch 13-04-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 26-03-2022 Historisch 05-03-2022 Historisch 15-02-2022 Historisch 05-02-2022 Historisch 06-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 18-11-2021 Historisch 15-10-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 23-09-2021 Historisch 10-08-2021 Historisch 24-07-2021 Historisch 16-07-2021 Historisch 14-07-2021 Historisch 09-07-2021 Historisch 06-07-2021 Historisch 25-06-2021 Historisch 09-04-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 19-02-2021 Historisch 14-01-2021 Historisch 31-10-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 15-09-2020 Historisch 06-08-2020 Historisch 09-07-2020 Historisch 08-07-2020 Historisch 07-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 20-05-2020 Historisch 14-05-2020 Historisch 12-05-2020 Historisch 24-04-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 18-03-2020 Historisch 15-01-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 07-04-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-03-2007.

Tekst van deze versie

Het Vluchtelingenverdrag is op grond van artikel 1D niet van toepassing op personen die bescherming of bijstand genieten van andere organen of instellingen van de VN dan de UNHCR. Wanneer deze bescherming of bijstand om welke reden dan ook is opgehouden, zullen deze personen van rechtswege onder het Vluchtelingenverdrag vallen.

Deze bepaling is van toepassing op staatloze Palestijnen die onder het mandaat vallen van de UNRWA. Deze gebieden bevinden zich in Jordanië, Libanon, Syrië en in de door Israël bezette gebieden. Het Vluchtelingenverdrag is dus niet op hen van toepassing. Deze personen komen gezien de bewoordingen van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van deze bepaling.

Indien een Palestijn zich niet meer in het mandaatgebied van de UNRWA bevindt, valt de uitsluitingsgrond van artikel 1D, eerste paragraaf, Vluchtelingenverdrag weg en is het Vluchtelingenverdrag weer van toepassing. Dit betekent echter niet dat automatisch een verblijfsvergunning asiel zou moeten worden verleend. Van betrokkene mag immers worden verwacht dat hij zich weer naar dat mandaatgebied begeeft teneinde opnieuw de bescherming van de UNRWA in te roepen.

Dit is alleen anders wanneer de vreemdeling aannemelijk kan maken dat hij niet naar UNRWA-gebied kan terugkeren omdat hij binnen het mandaatgebied van de UNRWA gegronde vrees voor vluchtelingrechtelijke vervolging heeft en hij daartegen geen bescherming van de UNRWA kan inroepen. Aan de vreemdeling kan in dat geval op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden verleend.

Indien geen verblijfsvergunning op grond van deze bepaling wordt verleend, wordt ook getoetst aan de overige verleningsgronden van artikel 29 Vw en aan de verleningsgronden van de ambtshalve te verlenen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie B14).

Het Vluchtelingenverdrag is voorts op grond van artikel 1F niet van toepassing op een persoon ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat hij oorlogsmisdrijven of andere ernstige misdrijven heeft gepleegd. Personen op wie deze bepaling van toepassing is komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning in Nederland (zie C4/3.11.3).

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)