De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
familieleden die door de Taliban worden geassocieerd met de tolken genoemd in paragraaf C7/2.3.1.
personen die actief zijn (geweest) in de journalistiek en media of op het gebied van de mensenrechten en de door de Taliban met hen geassocieerde familieleden.
vertegenwoordigers en medewerkers van de rechterlijke macht, politie, leger en ministeries ten tijde van het vorige regime en de door de Taliban met hen geassocieerde familieleden.
vrouwen die werkzaam zijn (geweest) in andere gebieden binnen de publieke arena dan genoemd onder b en c (met name non-gouvernementele organisaties, in het onderwijs en de gezondheidszorg).
burgers die geassocieerd worden met – of die beschouwd worden als ondersteunend aan – de voormalige Afghaanse autoriteiten, het Afghaanse maatschappelijk middenveld en de internationale gemeenschap in Afghanistan, waaronder internationale strijdkrachten, en dientengevolge extra risico lopen op gericht geweld van met name de Taliban en ISKP. Hieronder vallen ook medewerkers van Nederlandse of andere internationale ontwikkelingsprojecten, fixers van journalisten en mensen die hebben gewerkt voor de Nederlandse overheid of andere westerse landen (anders dan tolken) in Afghanistan. Dit geldt tevens voor de door de Taliban met hen geassocieerde familieleden.
vreemdelingen die (in het verleden) publiekelijk kritiek hebben geuit op de Taliban.
Hazara’s.
vreemdelingen die afkomstig zijn uit een leefgebied waar zij tot een (gemarginaliseerde) etnische minderheid behoren, die aldaar ernstige problemen ondervindt.
vreemdelingen die afkomstig zijn uit een leefgebied waar zij tot een (gemarginaliseerde) religieuze minderheid behoren, die aldaar ernstige problemen ondervindt.
niet-(praktiserende) Moslims, waaronder bekeerlingen (tot het Christendom bekeerden), (toegedichte) afvalligen, Christenen, Bahai en Sikhs/Hindoes.
LHBT’s.
slachtoffers van Bacha Bazi misbruik.