Of iemand als vluchteling moet worden beschouwd, wordt beoordeeld op individuele basis. Op grond van de specifieke bijzonderheden van het geval wordt beoordeeld of de betrokken persoon vluchteling is. Hierbij is onder andere van belang of de persoon in een voor hem gevaar opleverende mate persoonlijk de aandacht van de autoriteiten of derden heeft getrokken.
In beginsel is het mogelijk dat zich situaties voordoen waarbij een bevolkingsgroep in zijn geheel vervolging te duchten heeft. Zo'n groep kan bestaan uit leden van een bepaalde politieke partij, aanhangers van een bepaalde godsdienst, leden van een bepaalde etnische of sociale groep of van een bepaalde nationaliteit. Wanneer alle leden van zo'n groep te vrezen hebben voor vervolging, spreekt men van groepsvervolging. In Nederland is tot op heden nooit geoordeeld dat er sprake was van groepsvervolging.
Vaststelling van vluchtelingschap vindt ook in geval van groepsvervolging plaats op individuele basis.