Onder ‘land van herkomst’ wordt verstaan het land waarvan de vreemdeling de nationaliteit heeft.
Indien de vreemdeling door geen enkel land als onderdaan wordt erkend, moet hij worden aangemerkt als staatloze. In dat geval dient, vóór de beoordeling of betrokkene gegronde vrees voor vervolging heeft in het land van herkomst, eerst het land van herkomst te worden vastgesteld.
Als land van herkomst van een staatloze dient te worden aangemerkt een land waar de staatloze persoon heeft verbleven en dat vanwege de aard en duur van het verblijf en de banden die die persoon met het land heeft, kan worden gezien als zijn gebruikelijke verblijfplaats (‘Country of former habitual residence’). Bepalend hiervoor is de vraag of de vreemdeling in het betreffende land het centrum van zijn activiteiten (werk, wonen, familie) heeft.