Indien een vreemdeling zijn asielverzoek tijdens de inhoudelijke behandeling daarvan heeft ingetrokken, komt de verantwoordelijkheid te vervallen wanneer:
de vreemdeling door een andere lidstaat in het bezit is gesteld van een verblijfstitel, ongeacht de geldigheidsduur van deze verblijfstitel;
de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten gedurende een periode van tenminste drie maanden;
Nederland de nodige maatregelen heeft genomen en daadwerkelijk ten uitvoer heeft gelegd opdat de vreemdeling zich begeeft naar zijn land van herkomst, dan wel naar een ander land waar hij legaal mag binnenkomen.
Overigens vervalt de verantwoordelijkheid eveneens wanneer een andere lidstaat, niet zijnde de verantwoordelijke lidstaat, het asielverzoek (alsnog) inhoudelijk behandelt.
Indien een vreemdeling wiens asielverzoek in behandeling is zich illegaal in een andere lidstaat ophoudt, komt de verantwoordelijkheid uitsluitend te vervallen wanneer sprake is geweest van a of b.
Indien een vreemdeling wiens asielverzoek is afgewezen zich illegaal in een andere lidstaat ophoudt, komt de verantwoordelijkheid uitsluitend te vervallen wanneer sprake is geweest van a of c.
De verplichting om vast te stellen welk land verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek zoals bedoeld in artikel 4, vijfde lid, Verordening 343/2003, komt te vervallen wanneer sprake is van a.
Het enkele verlaten van het grondgebied van de lidstaten (korter dan drie maanden) doet op grond van artikel 9, vierde lid, Verordening 343/2003 slechts de verantwoordelijkheid vervallen wanneer sprake is van een verantwoordelijkheid die gebaseerd is op een verblijfstitel of visum waarvan de geldigheidsduur is verstreken.