Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

Inhoud

Artikel 2.6

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2020.

De Dublinprocedure

Artikel 30, tweede lid, Vw en artikel 3.109c Vb regelen het verloop van de Dublinprocedure. Deze paragraaf bevat een verdere uitwerking van deze artikelen.

Als er concrete aanwijzingen zijn (zie paragraaf C1/2.2 Vc onder Onderzoek naar de toepasbaarheid van Verordening (EU) 604/2013) dat een ander land verantwoordelijk is voor de behandeling is van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan wordt de aanvraag behandeld in de Dublinprocedure tenzij dit om proceseconomische redenen niet opportuun is (zie paragraaf C2/5 Vc).

Dit geldt eveneens als de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd of als de vreemdeling in bewaring is gesteld.

Als deze concrete aanwijzingen eerst tijdens de rust- en voorbereidingstermijn of na de start van de algemene asielprocedure of op enig ander moment naar voren komen, dan zet de IND de behandeling van de aanvraag voort in de Dublinprocedure. Ook verstrekt de IND aan de vreemdeling de informatiebrochure ‘Deel B: De Dublinprocedure – informatie voor personen die om internationale bescherming verzoeken en zich in een Dublinprocedure bevinden, conform artikel 4 van Verordening (EU) Nr. 604/2013’.

Als de vreemdeling tijdens het gehoor in de zin van artikel 5, eerste lid van Verordening (EU) 604/2013 niet in de gelegenheid is gesteld om eventuele bezwaren naar voren te brengen tegen de overdracht naar het land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, stelt de IND de vreemdeling hiertoe alsnog in staat. De IND nodigt de vreemdeling in dat geval uit voor een aanvullend gehoor in zin van artikel 30, tweede lid, Vw.

Als de vreemdeling, zonder voorafgaande kennisgeving en zonder verschoonbare reden, niet verschijnt voor het gehoor in de zin van artikel 5, eerste lid, Verordening (EU) 604/2013 dan wel voor zijn aanvullend gehoor in zin van artikel 30, tweede lid, Vw wordt aangenomen dat hij geen bezwaren heeft tegen de overdracht naar het land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

Mocht de vreemdeling desondanks bezwaren hebben tegen de overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat, kan hij deze bezwaren in de zienswijze naar voren brengen.

Als er een aanvullend gehoor in zin van artikel 30, tweede lid, Vw plaatsvindt, dan maakt de IND het rapport van aanvullend gehoor uiterlijk tegelijkertijd met het voornemen bekend aan de vreemdeling.

De IND vraagt de vreemdeling tijdens het gehoor in de zin van artikel 5, eerste lid van Verordening (EU) 604/2013 of hij indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming bereid is zelfstandig te vertrekken naar die lidstaat en informeert hem over de gevolgen van zijn besluit.

Als de vreemdeling aangeeft op eigen initiatief zelfstandig te zullen vertrekken naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming biedt de IND hem een termijn van ten hoogste tien werkdagen na uitreiken beschikking om zijn vertrek te realiseren. Indien deze termijn is verstreken zonder dat de vreemdeling is vertrokken is er sprake van een zware grond voor inbewaringstelling.

Als de vreemdeling aangeeft mee te zullen werken aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming, zal de DT&V de overdracht ter hand nemen;

Als de vreemdeling aangeeft niet te zullen meewerken aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming, is er sprake van een zware grond voor inbewaringstelling. De DT&V zal de gedwongen overdracht ter hand nemen.

Als een overdracht onmiddellijk of op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming, kan de IND het stellen van een termijn voor zelfstandig vertrek achterwege laten. De IND verleent eveneens geen termijn om het vertrek zelfstandig te realiseren, indien aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd of indien de vreemdeling in bewaring is gesteld (zie ook paragraaf A3/6.9 Vc).

De vreemdeling kan eventuele correcties en aanvullingen op het rapport van gehoor in de zin van artikel 5, eerste lid van Verordening (EU) 604/2013 gelijk met zijn zienswijze op het voornemen om de aanvraag niet in behandeling te nemen indienen (zie ook 3.109c, derde lid Vb). Paragraaf C1/2.12 Vc onder Uitstel voor het indienen van de zienswijze is van toepassing.

De IND verleent geen uitstel indien aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd, of indien de vreemdeling in bewaring is gesteld.

Als tijdens de Dublinprocedure wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan wordt de behandeling van de aanvraag voortgezet in de algemene asielprocedure. Wanneer de vreemdeling (nog) geen (volledige) rust- en voorbereidingstermijn heeft doorlopen, dan moet hij eerst de rust- en voorbereidingstermijn doorlopen. Wanneer de vreemdeling na behandeling in de algemene asielprocedure, is behandeld in de Dublin procedure waarin wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan wordt de behandeling van de aanvraag voortgezet in de verlengde asielprocedure. De IND geeft hierbij ook aan op welk moment de beslistermijn in de zin van artikel 42, zesde lid, Vw is aangevangen.

De Dublin beschikking

De IND maakt de beschikking bekend door toezending aan gemachtigde (zie artikel 3.109c, zevende lid, Vb).

Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen op grond van artikel 30, Vw, neemt de IND in ieder geval in de meeromvattende beschikking op:

  1. het besluit dat de vreemdeling wordt overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013; en

  2. de informatie bedoeld in artikel 26, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. Het land waaraan de vreemdeling wordt overgedragen is verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.

Paragraaf C1/2.13 Vc onder ‘Wijze van bekendmaken’ en ‘De beschikking in de verlengde asielprocedure’ is van overeenkomstige toepassing.

11-07-2026 Huidig 10-07-2026 Historisch 08-07-2026 Historisch 12-06-2026 Historisch 06-06-2026 Historisch 05-05-2026 Historisch 25-04-2026 Historisch 23-04-2026 Historisch 04-04-2026 Historisch 03-04-2026 Historisch 25-03-2026 Historisch 11-03-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-10-2025 Historisch 17-10-2025 Historisch 04-10-2025 Historisch 01-10-2025 Historisch 12-09-2025 Historisch 25-07-2025 Historisch 03-07-2025 Historisch 20-06-2025 Historisch 19-06-2025 Historisch 04-06-2025 Historisch 04-04-2025 Historisch 01-04-2025 Historisch 11-02-2025 Historisch 06-02-2025 Historisch 31-01-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 20-12-2024 Historisch 29-11-2024 Historisch 15-11-2024 Historisch 25-07-2024 Historisch 23-07-2024 Historisch 16-07-2024 Historisch 03-07-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 04-06-2024 Historisch 25-04-2024 Historisch 03-04-2024 Historisch 01-04-2024 Historisch 28-03-2024 Historisch 24-02-2024 Historisch 26-01-2024 Historisch 17-01-2024 Historisch 12-01-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-12-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 02-09-2023 Historisch 29-08-2023 Historisch 13-07-2023 Historisch 07-07-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 22-06-2023 Historisch 31-05-2023 Historisch 05-05-2023 Historisch 22-04-2023 Historisch 01-04-2023 Historisch 11-03-2023 Historisch 11-02-2023 Historisch 09-02-2023 Historisch 07-02-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 10-11-2022 Historisch 05-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 29-09-2022 Historisch 27-09-2022 Historisch 18-08-2022 Historisch 22-07-2022 Historisch 21-07-2022 Historisch 07-07-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 08-06-2022 Historisch 26-05-2022 Historisch 04-05-2022 Historisch 03-05-2022 Historisch 13-04-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 26-03-2022 Historisch 05-03-2022 Historisch 15-02-2022 Historisch 05-02-2022 Historisch 06-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 18-11-2021 Historisch 15-10-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 23-09-2021 Historisch 10-08-2021 Historisch 24-07-2021 Historisch 16-07-2021 Historisch 14-07-2021 Historisch 09-07-2021 Historisch 06-07-2021 Historisch 25-06-2021 Historisch 09-04-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 19-02-2021 Historisch 14-01-2021 Historisch 31-10-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 15-09-2020 Historisch 06-08-2020 Historisch 09-07-2020 Historisch 08-07-2020 Historisch 07-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 20-05-2020 Historisch 14-05-2020 Historisch 12-05-2020 Historisch 24-04-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 18-03-2020 Historisch 15-01-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 07-04-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-03-2007

Tekst van deze versie

DeArtikel vrees30, voortweede vervolginglid, hoeftVw nieten altijdartikel aanwezig3.109c teVb zijn opregelen het moment dat iemand zijn land verlaat. Een persoon die geen vervolging te vrezen had op het moment dat hij zijn landverloop van herkomstde verliet,Dublinprocedure. maarDeze opparagraaf bevat een laterverdere tijdstip tijdens zijn verblijf buiten het landuitwerking van herkomstdeze vluchteling wordt, heet refugié sur place. Er zijn twee mogelijke omstandigheden die iemand tot refugié sur place maken.artikelen.

HetAls er concrete aanwijzingen zijn (zie paragraaf C1/2.2 Vc onder Onderzoek naar de toepasbaarheid van Verordening (EU) 604/2013) dat een ander land verantwoordelijk is tenvoor eerstede mogelijkbehandeling dat iemand ten gevolgeis van zijnde eigenaanvraag activiteitenom buiteneen hetverblijfsvergunning landasiel vanvoor herkomst,bepaalde bijvoorbeeldtijd, doordan het deelnemen aan demonstraties gericht tegen het eigen regime, het aanbieden van petities aanwordt de ambassadeaanvraag vanbehandeld zijn land, of het publiceren van kritische stukken overin de politiekeDublinprocedure situatietenzij indit zijnom land,proceseconomische gegronderedenen redenniet heeftopportuun vooris vervolging(zie teparagraaf vrezenC2/5 te hebben als hij naar dat land zou terugkeren.Vc).

DezeDit activiteitengeldt kunnen pas dan aanleiding zijn voor statusverleningeveneens als hetde gaat omvreemdeling een voortzettingvrijheidsontnemende vanmaatregel hetis gedragopgelegd datof als de vreemdeling in hetbewaring landis van herkomst aanleiding had kunnen geven tot moeilijkheden, dus een voortzetting van activiteiten die de asielzoeker in het land van herkomst heeft ontplooid (het zogenaamde continuïteitsvereiste).gesteld.

EenAls asielzoekerdeze wiensconcrete omstandighedenaanwijzingen eerst tijdens de rust- en voorbereidingstermijn of na de start van de algemene asielprocedure of op zichzelfenig geenander aanleidingmoment vormennaar voren komen, dan zet de IND de behandeling van de aanvraag voort in de Dublinprocedure. Ook verstrekt de IND aan de vreemdeling de informatiebrochure ‘Deel B: De Dublinprocedure – informatie voor hetpersonen aannemendie om internationale bescherming verzoeken en zich in een Dublinprocedure bevinden, conform artikel 4 van vluchtelingschap,Verordening kan(EU) ookNr. geen aanspraak maken op vluchtelingschap door met opzet de publieke aandacht op zijn persoon te vestigen.604/2013’.

TenAls tweedede kan iemand een refugié sur place worden, doordatvreemdeling tijdens zijn verblijf buiten het land van herkomst de omstandigheden in het land van herkomst zich zodanig wijzigen, bijvoorbeeld door een machtswisseling, waardoor hij bij terugkeer gegronde reden heeft te vrezen voor vervolginggehoor in de zin van hetartikel Vluchtelingenverdrag.5, Indieneerste lid van Verordening (EU) 604/2013 niet in de politiekegelegenheid overtuigingis pasgesteld wordtom verkondigdeventuele nabezwaren vertreknaar uitvoren te brengen tegen de overdracht naar het land vandat herkomst,verantwoordelijk dientis voor de asielzoekerbehandeling aannemelijkvan tede makenaanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, stelt de IND de vreemdeling hiertoe alsnog in staat. De IND nodigt de vreemdeling in dat degeval overtuiginguit reeds bestond in het land van herkomst, dat de autoriteiten in het land van herkomst van deze overtuiging op de hoogte zijn of kunnen geraken en dat het bekend zijn van deze overtuigingvoor een gegrondeaanvullend vrees voor vervolginggehoor in de zin van hetartikel Vluchtelingenverdrag30, oplevert.tweede lid, Vw.

Als de vreemdeling, zonder voorafgaande kennisgeving en zonder verschoonbare reden, niet verschijnt voor het gehoor in de zin van artikel 5, eerste lid, Verordening (EU) 604/2013 dan wel voor zijn aanvullend gehoor in zin van artikel 30, tweede lid, Vw wordt aangenomen dat hij geen bezwaren heeft tegen de overdracht naar het land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

Mocht de vreemdeling desondanks bezwaren hebben tegen de overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat, kan hij deze bezwaren in de zienswijze naar voren brengen.

Als er een aanvullend gehoor in zin van artikel 30, tweede lid, Vw plaatsvindt, dan maakt de IND het rapport van aanvullend gehoor uiterlijk tegelijkertijd met het voornemen bekend aan de vreemdeling.

De IND vraagt de vreemdeling tijdens het gehoor in de zin van artikel 5, eerste lid van Verordening (EU) 604/2013 of hij indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming bereid is zelfstandig te vertrekken naar die lidstaat en informeert hem over de gevolgen van zijn besluit.

Als de vreemdeling aangeeft op eigen initiatief zelfstandig te zullen vertrekken naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming biedt de IND hem een termijn van ten hoogste tien werkdagen na uitreiken beschikking om zijn vertrek te realiseren. Indien deze termijn is verstreken zonder dat de vreemdeling is vertrokken is er sprake van een zware grond voor inbewaringstelling.

Als de vreemdeling aangeeft mee te zullen werken aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming, zal de DT&V de overdracht ter hand nemen;

Als de vreemdeling aangeeft niet te zullen meewerken aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming, is er sprake van een zware grond voor inbewaringstelling. De DT&V zal de gedwongen overdracht ter hand nemen.

Als een overdracht onmiddellijk of op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming, kan de IND het stellen van een termijn voor zelfstandig vertrek achterwege laten. De IND verleent eveneens geen termijn om het vertrek zelfstandig te realiseren, indien aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd of indien de vreemdeling in bewaring is gesteld (zie ook paragraaf A3/6.9 Vc).

De vreemdeling kan eventuele correcties en aanvullingen op het rapport van gehoor in de zin van artikel 5, eerste lid van Verordening (EU) 604/2013 gelijk met zijn zienswijze op het voornemen om de aanvraag niet in behandeling te nemen indienen (zie ook 3.109c, derde lid Vb). Paragraaf C1/2.12 Vc onder Uitstel voor het indienen van de zienswijze is van toepassing.

De IND verleent geen uitstel indien aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd, of indien de vreemdeling in bewaring is gesteld.

Als tijdens de Dublinprocedure wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan wordt de behandeling van de aanvraag voortgezet in de algemene asielprocedure. Wanneer de vreemdeling (nog) geen (volledige) rust- en voorbereidingstermijn heeft doorlopen, dan moet hij eerst de rust- en voorbereidingstermijn doorlopen. Wanneer de vreemdeling na behandeling in de algemene asielprocedure, is behandeld in de Dublin procedure waarin wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan wordt de behandeling van de aanvraag voortgezet in de verlengde asielprocedure. De IND geeft hierbij ook aan op welk moment de beslistermijn in de zin van artikel 42, zesde lid, Vw is aangevangen.

De Dublin beschikking

De IND maakt de beschikking bekend door toezending aan gemachtigde (zie artikel 3.109c, zevende lid, Vb).

Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen op grond van artikel 30, Vw, neemt de IND in ieder geval in de meeromvattende beschikking op:

  1. het besluit dat de vreemdeling wordt overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013; en
  2. de informatie bedoeld in artikel 26, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. Het land waaraan de vreemdeling wordt overgedragen is verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.

Paragraaf C1/2.13 Vc onder ‘Wijze van bekendmaken’ en ‘De beschikking in de verlengde asielprocedure’ is van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)