Een aanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a Vw in de gevallen zoals bedoeld in artikel 38, tweede lid, Procedureverordening. Het moet gaan om een volgende aanvraag waarbij geen nieuwe relevante elementen, in de zin van artikel 55, derde en vijfde lid, Procedureverordening naar voren zijn gebracht die de kans op asiel aanzienlijk groter maken.
De wijze waarop de IND onderzoekt of de aanvraag niet-ontvankelijk kan worden verklaard is neergelegd in paragraaf C2/5 Vc.