de asielzoeker eerder heeft verbleven in een derde land; en
hij op grond van een terug- of overnameovereenkomst aan dat land zal worden overgedragen; en
het land van eerder verblijf zich verplicht heeft de uitzettingsverboden uit het Vluchtelingenverdrag, het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en het Verdrag tegen foltering en andere wrede onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing na te leven.
Aan het vereiste van verblijf is voldaan indien het derde land een terug- of overnameclaim heeft gehonoreerd. Het verblijf wordt niet getoetst aan de intentie van de vreemdeling om al dan niet door te reizen of aan de termijn dat hij in het derde land heeft verbleven. Het vereiste dat de asielzoeker verblijf moet hebben gehad in het derde land is verbonden met het vereiste dat er sprake moet zijn van een terug- of overnameovereenkomst. Deze overeenkomsten zijn immers gebaseerd op het gegeven dat een asielzoeker eerder op het grondgebied van het terug- of overnemende land heeft verbleven. De toevoeging in de wet dat de asielzoeker in dat land heeft verbleven is ter verduidelijking opgenomen en is strikt genomen overbodig.
Dit vereiste brengt met zich dat er sprake moet zijn van een schriftelijk gehonoreerde claim, alvorens de asielaanvraag wordt afgewezen op grond van deze bepaling.
Uit de wetstekst volgt dat het niet noodzakelijk is dat het derde land ook partij is bij deze verdragen. Het is voldoende als is gebleken (uit overeenkomst, verdragen of schriftelijke verklaringen van het betreffende land die worden ondersteund door de praktijk) dat het derde land zich heeft verplicht de genoemde bepalingen na te leven.
de Beneluxlanden (onderling);
Bulgarije
Duitsland
Estland
Frankrijk
Kroatië
Letland
Litouwen
Oostenrijk
Polen
Roemenië
Slovenië
Zwitserland