De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor geweldpleging;
vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor genitale verminking; of
vreemdelingen die (vermeend) aanhanger zijn van een (gewapende) oppositiegroep als bedoeld in paragraaf C7/26.3.2 Vc.