De IND neemt voor Sudan geen vlucht- of vestigingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
Uitzondering hierop is dat de IND voor Sudan wel een vestigingsalternatief aanneemt in een ander deel van Sudan als:
de vreemdeling afkomstig is uit een gebied waarvan in C7/26.4.1 is vermeld dat er een uitzonderlijke situatie is; en
de vrees van de vreemdeling niet gebaseerd is op de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden, maar alleen een gevolg is van de uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc.
De uitzondering op het vestigingsalternatief geldt niet voor vreemdelingen die (vermeend) aanhanger zijn van een gewapende oppositiegroep, tenzij uit de het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen. Dit wordt in ieder geval aangenomen indien de vreemdeling minstens zes maanden zonder problemen heeft verbleven in de gebieden waar geen sprake is van een uitzonderlijke situatie.