Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2.3.2.1 Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
Voor Gaza neemt de IND aan dat UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in veel gevallen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in Gaza niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C2/3.2.3 Vc.