Het nader gehoor wordt op grond van artikel 38 Vw afgenomen door een daartoe aangewezen ambtenaar van de IND in een taal waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat de asielzoeker die kan verstaan (zie C13/1.1). De asielzoeker kan zich desgewenst laten bijstaan door één raadsman en één hulpverlener. De IND zorgt, indien nodig, voor een tolk.
Het nader gehoor richt zich met name op de beweegredenen van vertrek uit het land van herkomst. Tijdens het nader gehoor wordt de asielzoeker gevraagd de informatie te verstrekken die nodig is voor het beoordelen van de asielaanvraag. De ambtenaar van de IND geeft de asielzoeker, in eerste instantie, de gelegenheid vrijuit over de asielmotieven te spreken. De asielzoeker wordt hierbij zo beperkt mogelijk onderbroken voor het stellen van vragen. Vervolgens onderzoekt de ambtenaar de verschillende aspecten van het asielrelaas.
Tijdens het nader gehoor kan tevens worden ingegaan op resultaten van eerder verricht onderzoek.
Indien in de AC-procedure reeds een nader gehoor heeft plaatsgevonden, waarna op inhoudelijke gronden is gebleken dat de asielaanvraag zich niet leende voor afdoening in de AC-procedure, dan wordt de asielzoeker in de procedure die volgt na doorverwijzing naar de opvangvoorziening in de gelegenheid gesteld om zijn asielmotieven nader toe te lichten en eventuele tegenstrijdigheden te verklaren.