Als de vreemdeling de asielaanvraag heeft ingediend, bepaalt de IND aan de hand van de informatie die is verkregen tijdens de OVA-fase welke procedure vooralsnog wordt gevolgd en welke vervolgstappen er tijdens deze procedure gezet moeten worden.
Tijdens de triage kan de IND eveneens bepalen welke onderzoeken er worden uitgevoerd tijdens de procedure. Het uitgangspunt is dat er alleen onderzoeken worden uitgevoerd die nodig zijn om tot een correct besluit te komen. Er wordt daarom per aanvraag een individuele beoordeling gemaakt welke onderzoeken de IND opstart. Een aantal onderzoeken worden al tijdens OVA uitgevoerd of opgestart (zie paragraaf A6/4.2 en A6/4.3 Vc). De navolgende onderzoeken kunnen in de regel echter pas plaatsvinden na de triage:
(aanvullend) overig documentenonderzoek (zie paragraaf A6/4.3.2 Vc)
aanvullend herkomstonderzoek (zie paragraaf A6/4.2 Vc)
onderzoek naar de situatie in het land van herkomst middels deskundigenberichten (zie paragraaf C3/4.2.2.3 Vc)
onderzoek in het kader van Asiel- en migratiebeheerverordening (zie paragraaf C2/3 Vc)
leeftijdsonderzoek
medisch onderzoek horen en beslissen (zie paragraaf C3/5.1 Vc)
forensisch medisch onderzoek (zie paragraaf C3/5.2 Vc)
OSINT-onderzoek
1F-onderzoek (zie paragraaf C4/3.6.9 Vc)
openbare orde-onderzoek (zie paragraaf C4/3.6.1 t/m C4/3.6.7 Vc)
nationale veiligheidsonderzoek (zie paragraaf C4/3.6.8 Vc)
Tijdens de triage bepaalt de IND ook of de vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld een persoonlijk onderhoud te hebben en, als dat het geval is, het type persoonlijk onderhoud.