Als eerste bepaalt de IND tijdens de triage of er sprake is van een Asiel- en migratiebeheerverordening procedure. De Asiel- en migratiebeheerverordening procedure is van toepassing als op basis van de gegevens uit de OVA-fase blijkt dat een andere lidstaat mogelijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Dit kan blijken uit onder andere:
gegevens uit Eurodac;
gegevens uit EU VIS;
verklaring van de vreemdeling (bijv. m.b.t. familieleden in een andere lidstaat of m.b.t. vergunning in een andere lidstaat); of
overgelegde documenten.
Als de Asiel- en migratiebeheerverordening procedure van toepassing is, wordt tijdens de triage direct beoordeeld welke vervolgonderzoeken nodig zijn en of er een persoonlijk onderhoud moet plaatsvinden. Zie paragraaf C2/3 Vc voor het verloop van de Asiel- en migratiebeheerverordening procedure. Als de Asiel- en migratiebeheerverordening procedure niet van toepassing is, is Nederland verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag.