Voor meisjes, die in Nederland zijn geboren en die bij terugkeer naar het land van herkomst van de ouders bedreigd worden met genitale verminking, terwijl de ouders reeds zijn uitgeprocedeerd in een eerdere asielprocedure, kan een nieuw asielverzoek worden ingediend. Dit geldt eveneens voor in Nederland geboren meisjes, waarvan een beroep op een dreigende genitale verminking om procedurele redenen niet in een eerdere asielprocedure van de ouders kon worden meegenomen.
In deze gevallen wordt geen toepassing gegeven aan artikel 4:6 Awb.
Bij meisjes, van wie in een tweede of volgende asielaanvraag vast komt te staan dat zij op grond van bovengenoemd beleid alsnog in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw wordt, wanneer schending van artikel 3 EVRM dreigt, geen toepassing gegeven aan artikel 4:6 Awb, tweede lid.