Het recht op opvang eindigt ingevolge artikel 7, eerste lid, onder a, Rva, indien het een asielzoeker betreft aan wie een verblijfsvergunning is verleend: op de dag waarop naar het oordeel van het COA passende huisvesting buiten de opvangvoorziening kan worden gerealiseerd.
Het betreft hier de situatie waarin huisvesting voor een vergunninghouder beschikbaar is buiten een opvangvoorziening, nadat aan een asielzoeker een verblijfsvergunning is toegekend. Het is voor het eindigen van de opvang niet van belang of de vergunninghouder zelf woonruimte heeft gevonden, dan wel dat hij via het COA bemiddeld is naar woonruimte. Er is in ieder geval sprake van een termijn van enkele dagen (bedoeld om de verhuizing mogelijk te maken) nadat aan een vergunninghouder een woning is aangeboden. Weigering van de door het COA aangeboden woning, dan wel het niet accepteren van de door de vergunninghouder zelf gevonden woning schort de beëindiging van de opvang niet op.