Voornemen in de intrekkingsprocedure
De voornemenprocedure bij intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd, is dezelfde als de voornemenprocedure zoals die wordt gevolgd in de verlengde asielprocedure. Paragraaf C1/2.12 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Als de IND ook voornemens is om de vreemdeling een inreisverbod op te leggen, dan maakt de IND dit eveneens kenbaar in het voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd.
Indien de IND het in het kader van een onderzoek naar de toepasbaarheid van artikel 1F Vluchtelingenverdrag noodzakelijk acht om de vreemdeling hierover voorafgaand aan het voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd te horen, wordt dit gehoor uitgevoerd door een ambtenaar van de IND, die gespecialiseerd is in de materie van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
Het intrekkingsgehoor
Het gehoor als bedoeld in artikel 41, tweede lid, Vw wordt aangeduid als het intrekkingsgehoor.
Paragraaf C1/2.11 Vc onder ‘Algemeen’ is van overeenkomstige toepassing bij het intrekkingsgehoor.
Voorafgaand aan het intrekkingsgehoor beoordeelt de IND of een goede communicatie kan worden gewaarborgd zonder de diensten van een tolk. Daartoe neemt de IND, als dit mogelijk is, contact op met de vreemdeling. Als een goede communicatie zonder de diensten van een tolk niet gewaarborgd is, dan neemt de IND het intrekkingsgehoor af met behulp van een tolk.
De IND stelt de vreemdeling tijdens het intrekkingsgehoor in de gelegenheid om zijn zienswijze op het voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd mondeling toe te lichten.
Bij de intrekking van een afgeleide verblijfsvergunning op grond van artikel 32, eerste lid en onder e, Vw stelt de IND de vreemdeling in het intrekkingsgehoor in de gelegenheid om zelfstandige asielgronden naar voren te brengen (zie paragraaf C2/10.6 Vc).
Indien de vreemdeling niet in de gelegenheid is om te verschijnen op het geplande intrekkingsgehoor dient hij zo snel mogelijk contact met de IND op te nemen om een nieuwe afspraak te maken voor het gehoor.
Indien de vreemdeling niet verschijnt bij het intrekkingsgehoor, neemt de IND contact op met de vreemdeling of diens gemachtigde om navraag te doen naar de redenen hiervoor. De intrekkingsprocedure kan zonder intrekkingsgehoor worden voortgezet indien ten minste één van de onderstaande situaties van toepassing is:
De vreemdeling is niet bereikbaar;
Diens verblijfsplaats is niet bekend; of
De vreemdeling heeft geen verschoonbare reden voor het niet verschijnen.
Indien de vreemdeling een verschoonbare reden heeft, wordt hij nogmaals uitgenodigd voor een intrekkingsgehoor. De volgende omstandigheden worden door de IND in ieder geval niet aangemerkt als verschoonbare redenen voor het niet verschijnen:
Vakantie;
Detentie;
Nalatigheid;
Het na ontvangst niet hebben gelezen van de uitnodigingsbrief.
De IND past de beleidsregels omtrent het intrekkingsgehoor overeenkomstig toe bij andere gehoren die de IND afneemt in het kader van de (beoordeling van de mogelijkheid tot) intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd.
Reactietermijn intrekkingsgehoor
De IND geeft de vreemdeling een termijn van twee weken om schriftelijk op het rapport van het intrekkingsgehoor te reageren. De beleidsregels van paragraaf C1/2.12 Vc onder ‘Uitstel voor het indienen van de zienswijze’ zijn van overeenkomstige toepassing.
Beschikking in de intrekkingsprocedure
Paragraaf C1/2.13 Vc onder ‘wijze van bekendmaken’ en ‘de beschikking in de verlengde asielprocedure’ is van overeenkomstige toepassing.
Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
Indien de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen en er is geen aanvraag voor verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend, beziet de IND of aanleiding bestaat om de internationale beschermingsstatus te beëindigen. Voor deze procedure wordt verwezen naar paragraaf C5/2 Vc onder ‘indiening aanvraag’ (en paragrafen C2/10.1 Vc en C2/10.4 Vc).