De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van artikelen 29, 29a, 29b, 29c, 29d en 31 Vw. Daarin wordt uiteengezet aan welke voorwaarden moet worden voldaan om voor inwilliging van de aanvraag in aanmerking te kunnen komen en wanneer de aanvraag ongegrond is. De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in artikel 30b Vw en worden hieronder behandeld in paragraaf C4/3.1 t/m C4/3.10 Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
Een aanvraag kan, zoals beschreven in artikel 39, vierde lid, Procedureverordening, kennelijk ongegrond worden verklaard. In artikel 42, eerste en derde lid, Procedureverordening staat beschreven in welke gevallen dit mogelijk is en in welke gevallen de versnelde behandelingsprocedure kan worden toegepast. Deze gevallen worden hieronder verder uitgewerkt.