Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

Inhoud

Artikel 4.3.1

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 23-10-2005.

Deserteurs

Voor de verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet wordt verwezen naar het beleid van C1/4.2.12 inzake vervolging wegens dienstweigering.

Daarbij is het volgende van belang. Ten aanzien van Eritrea heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict.

Aangenomen dient te worden dat deserteurs als zodanig bij de autoriteiten staan geregistreerd. Gelet op de behandeling die deserteurs ten deel dreigt te vallen, wordt eerder aangenomen dat bij terugkeer een schending plaatsvindt van het gestelde in artikel 3 EVRM.

Weliswaar is de bestraffing van deserteurs blijkens het algemeen ambtsbericht van 23 maart 2005 afhankelijk van de specifieke omstandigheden van betrokkene, maar op basis van de voorhanden zijnde informatie kan niet worden beoordeeld in welke gevallen er geen schending van artikel 3 EVRM behoeft te worden aangenomen. Indien er echter in het individuele relaas duidelijke aanknopingspunten aanwezig zijn dat betrokkene op grond van zijn desertie geen reëel risico in de zin van artikel 3 EVRM loopt, bestaat er grond om een verblijfsvergunning te onthouden.

Indien betrokkene aannemelijk heeft gemaakt uit het leger te zijn gedeserteerd, komt hij in beginsel in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vreemdelingenwet, behoudens contra-indicaties die in de weg staan aan verlening van de vergunning. Ook in een dergelijk geval kan vanwege de absolute bescherming van artikel 3 EVRM van uitzetting echter geen sprake zijn. Voor het nader gehoor is van belang dat wordt doorgevraagd naar het verblijf van betrokkene in het leger. Van betrokkene mag worden verwacht dat hij gedetailleerde verklaringen kan afleggen omtrent de plaats van legering en zijn functie binnen het leger.

Indien aannemelijk is dat betrokkene in het leger heeft gediend, dient vervolgens aandacht te worden besteed aan de vraag of er sprake is van een aannemelijk beroep op desertie. Bij een vertrek uit het leger na het daadwerkelijke begin van de demobilisatie dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheid dat betrokkene het leger heeft verlaten op grond van een demobilisatieprogramma.

Na de uitspraak van de Grenscommissie op 13 april 2002 is een begin gemaakt met de demobilisatie. Zo zijn in de zomer van 2002 ongeveer 6000 soldaten (vooral vrouwen) gedemobiliseerd en is het totale aantal afgezwaaide soldaten in de daaropvolgende periode opgelopen tot 97.678 op het moment van totstandkoming van het algemeen ambtsbericht van 23 maart 2005.

In het nader gehoor dient aandacht te worden besteed aan het moment waarop betrokkene het leger heeft verlaten. Indien er grond is voor het oordeel dat betrokkene het leger heeft verlaten in het kader van een demobilisatieprogramma, is niet aannemelijk dat de asielzoeker een reëel risico loopt in de zin van artikel 3 EVRM.

11-07-2026 Huidig 10-07-2026 Historisch 08-07-2026 Historisch 12-06-2026 Historisch 06-06-2026 Historisch 05-05-2026 Historisch 25-04-2026 Historisch 23-04-2026 Historisch 04-04-2026 Historisch 03-04-2026 Historisch 25-03-2026 Historisch 11-03-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-10-2025 Historisch 17-10-2025 Historisch 04-10-2025 Historisch 01-10-2025 Historisch 12-09-2025 Historisch 25-07-2025 Historisch 03-07-2025 Historisch 20-06-2025 Historisch 19-06-2025 Historisch 04-06-2025 Historisch 04-04-2025 Historisch 01-04-2025 Historisch 11-02-2025 Historisch 06-02-2025 Historisch 31-01-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 20-12-2024 Historisch 29-11-2024 Historisch 15-11-2024 Historisch 25-07-2024 Historisch 23-07-2024 Historisch 16-07-2024 Historisch 03-07-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 04-06-2024 Historisch 25-04-2024 Historisch 03-04-2024 Historisch 01-04-2024 Historisch 28-03-2024 Historisch 24-02-2024 Historisch 26-01-2024 Historisch 17-01-2024 Historisch 12-01-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-12-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 02-09-2023 Historisch 29-08-2023 Historisch 13-07-2023 Historisch 07-07-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 22-06-2023 Historisch 31-05-2023 Historisch 05-05-2023 Historisch 22-04-2023 Historisch 01-04-2023 Historisch 11-03-2023 Historisch 11-02-2023 Historisch 09-02-2023 Historisch 07-02-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 10-11-2022 Historisch 05-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 29-09-2022 Historisch 27-09-2022 Historisch 18-08-2022 Historisch 22-07-2022 Historisch 21-07-2022 Historisch 07-07-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 08-06-2022 Historisch 26-05-2022 Historisch 04-05-2022 Historisch 03-05-2022 Historisch 13-04-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 26-03-2022 Historisch 05-03-2022 Historisch 15-02-2022 Historisch 05-02-2022 Historisch 06-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 18-11-2021 Historisch 15-10-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 23-09-2021 Historisch 10-08-2021 Historisch 24-07-2021 Historisch 16-07-2021 Historisch 14-07-2021 Historisch 09-07-2021 Historisch 06-07-2021 Historisch 25-06-2021 Historisch 09-04-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 19-02-2021 Historisch 14-01-2021 Historisch 31-10-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 15-09-2020 Historisch 06-08-2020 Historisch 09-07-2020 Historisch 08-07-2020 Historisch 07-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 20-05-2020 Historisch 14-05-2020 Historisch 12-05-2020 Historisch 24-04-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 18-03-2020 Historisch 15-01-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 07-04-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 02-09-2006 Historisch 27-08-2006 Historisch 13-08-2006 Historisch 02-08-2006 Historisch 16-07-2006 Historisch 24-06-2006 Historisch 23-06-2006 Historisch 28-04-2006 Historisch 01-04-2006 Historisch 24-02-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 29-01-2006 Historisch 15-01-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 04-12-2005 Historisch 28-11-2005 Historisch 16-11-2005 Historisch 03-11-2005 Historisch 23-10-2005 Historisch 07-10-2005 Historisch 03-10-2005 Historisch 02-10-2005 Historisch 04-09-2005 Historisch 01-09-2005 Historisch 24-08-2005 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 24-08-2005.

Tekst van deze versie

Voor de verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet wordt verwezen naar het beleid van C1/4.2.12 inzake vervolging wegens dienstweigering.

Daarbij is het volgende van belang. Ten aanzien van Eritrea heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict.

Aangenomen dient te worden dat deserteurs als zodanig bij de autoriteiten staan geregistreerd. Gelet op de behandeling die deserteurs ten deel dreigt te vallen, wordt eerder aangenomen dat bij terugkeer een schending plaatsvindt van het gestelde in artikel 3 EVRM.

Weliswaar is de bestraffing van deserteurs blijkens het algemeen ambtsbericht van 23 maart 2005 afhankelijk van de specifieke omstandigheden van betrokkene, maar op basis van de voorhanden zijnde informatie kan niet worden beoordeeld in welke gevallen er geen schending van artikel 3 EVRM behoeft te worden aangenomen. Indien er echter in het individuele relaas duidelijke aanknopingspunten aanwezig zijn dat betrokkene op grond van zijn desertie geen reëel risico in de zin van artikel 3 EVRM loopt, bestaat er grond om een verblijfsvergunning te onthouden.

Indien betrokkene aannemelijk heeft gemaakt uit het leger te zijn gedeserteerd, komt hij in beginsel in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vreemdelingenwet, behoudens contra-indicaties die in de weg staan aan verlening van de vergunning. Ook in een dergelijk geval kan vanwege de absolute bescherming van artikel 3 EVRM van uitzetting echter geen sprake zijn. Voor het nader gehoor is van belang dat wordt doorgevraagd naar het verblijf van betrokkene in het leger. Van betrokkene mag worden verwacht dat hij gedetailleerde verklaringen kan afleggen omtrent de plaats van legering en zijn functie binnen het leger.

Indien aannemelijk is dat betrokkene in het leger heeft gediend, dient vervolgens aandacht te worden besteed aan de vraag of er sprake is van een aannemelijk beroep op desertie. Bij een vertrek uit het leger na het daadwerkelijke begin van de demobilisatie dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheid dat betrokkene het leger heeft verlaten op grond van een demobilisatieprogramma.

Na de uitspraak van de Grenscommissie op 13 april 2002 is een begin gemaakt met de demobilisatie. Zo zijn in de zomer van 2002 ongeveer 6000 soldaten (vooral vrouwen) gedemobiliseerd en is het totale aantal afgezwaaide soldaten in de daaropvolgende periode opgelopen tot 97.678 op het moment van totstandkoming van het algemeen ambtsbericht van 23 maart 2005.

In het nader gehoor dient aandacht te worden besteed aan het moment waarop betrokkene het leger heeft verlaten. Indien er grond is voor het oordeel dat betrokkene het leger heeft verlaten in het kader van een demobilisatieprogramma, is niet aannemelijk dat de asielzoeker een reëel risico loopt in de zin van artikel 3 EVRM.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)