Ingevolge artikel 11, eerste lid, Rva bepaalt het COA in welke opvangvoorziening een asielzoeker wordt geplaatst. Het COA is bevoegd een asielzoeker naar een andere voorziening over te plaatsen.
Na overplaatsing van een asielzoeker naar een andere opvangvoorziening worden ingevolge artikel 11, tweede lid, Rva de verstrekkingen in deze andere voorziening aangeboden. Hier is de plaatsingsbevoegdheid (in een opvangvoorziening) van het COA tot uitdrukking gebracht. De plaatsingsbevoegdheid heeft betrekking op de plaatsing van asielzoekers in een opvangvoorziening, alsmede in specifieke opvangvoorzieningen die verzorgd worden door derden.
Een plaatsingsbesluit is een beschikking in de zin van de Awb, waartegen beroep kan worden ingesteld conform artikel 8:1 Awb. Ook in het geval zich de situatie voordoet zoals omschreven in artikel 16, eerste lid, 2e alinea, Richtlijn 2003/9, geldt dat door middel van een plaatsingsbesluit op grond van artikel 11 Rva een gemotiveerde beslissing wordt genomen inzake het opnieuw verstrekken van opvangvoorzieningen.
De plaatsing in kleinschalige opvangvoorzieningen van een asielzoeker met psychosociale problemen, voor wie geldt dat verblijf in grootschalige opvang ernstige problemen oplevert, zal slechts geschieden na toetsing door terzake kundige psychosociale hulpverleners. Aan plaatsing zal aldus een sociaal-medisch advies ten grondslag moeten liggen.
De beslissing van het COA tot plaatsing in een opvangvoorziening moet worden onderscheiden van de beslissing tot overplaatsing van de asielzoeker van de ene naar de andere opvangvoorziening. De beslissing tot overplaatsing (met andere woorden, de aanzegging aan de asielzoeker om naar een andere opvangvoorziening te gaan) brengt mee dat vanaf de in deze beslissing genoemde datum de in artikel 9, eerste lid, Rva bedoelde verstrekkingen niet meer in de eerste opvangvoorziening worden aangeboden maar in de andere. Alleen in deze andere opvangvoorziening zal de betrokken asielzoeker de verstrekkingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, Rva kunnen ontvangen.
De opvangvoorzieningen worden aldus niet stopgezet en de aanspraak op de voorzieningen blijft in volle omvang bestaan. Een afzonderlijke beslissing tot beëindiging behoeft hier dan ook niet aan ten grondslag te liggen. De beslissing van het COA om, indien het dit noodzakelijk acht, over te gaan tot overplaatsing van een asielzoeker is een besluit ex artikel 1:3 Awb. Tegen een overplaatsingsbesluit kunnen rechtsmiddelen worden aangewend.
In geval van overplaatsing wordt betrokkene zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld van de voorgenomen overplaatsing en wordt tevens zo snel mogelijk informatie verstrekt over de locatie waarnaar wordt overgeplaatst. De asielzoeker moet zelf zijn raadspersoon op de hoogte brengen van de overplaatsing en zijn nieuwe adres aan hem bekendmaken.