Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

Inhoud

Artikel 4.3

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 07-04-2007.

Bijzondere individuele klemmende redenen van humanitaire aard

In gevallen waarin de asielzoeker individuele klemmende redenen van humanitaire aard aanvoert die verband houden met de redenen van het vertrek uit het land van herkomst en met het asielrelaas, kunnen die op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw aanleiding geven tot verlening van een verblijfsvergunning asiel. Het dient hierbij te gaan om dusdanige individuele humanitaire omstandigheden dat in redelijkheid niet kan worden verlangd dat de vreemdeling terugkeert naar het land van herkomst. Humanitaire redenen die na het vertrek uit het land van herkomst zijn ontstaan, kunnen niet leiden tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw.

De enkele omstandigheid dat de vreemdeling bijvoorbeeld een hoge leeftijd of lichamelijke klachten heeft, is onvoldoende reden om aan te nemen dat terugkeer naar het land van herkomst in redelijkheid niet kan worden verlangd. Ook de algemene humanitaire omstandigheden in het land van herkomst – zoals de omstandigheid dat het niveau van de beschikbare basisvoorzieningen naar Nederlandse maatstaven te wensen overlaat – kunnen geen reden zijn voor verlening van de verblijfsvergunning.

Een bijzondere situatie is het geval dat de vreemdeling afkomstig is uit een gebied ten aanzien waarvan is bepaald dat dit in beginsel categoriaal beschermingswaardig is, maar waarvoor dit categoriaal beschermingsbeleid niet wordt gevoerd omdat er in een ander deel van dat land een verblijfsalternatief is.

Ten aanzien van de voorwaarde dat de klemmende redenen verband dienen te houden met het vertrek uit het land van herkomst betekent deze situatie het volgende.

Een verblijfsalternatief wordt tegengeworpen omdat het beleid ervan uitgaat dat de betreffende vreemdeling zich naar het verblijfsalternatief had moeten begeven. Daar had hij zich immers kunnen onttrekken aan de algemene onveiligheid die in het categoriaal beschermingswaardige deel van het land heerst. Ten tijde van het vertrek uit het categoriaal beschermingswaardige deel zouden er evenwel klemmende redenen van humanitaire aard aanwezig kunnen zijn die er toe hebben geleid dat de vreemdeling niet naar het verblijfsalternatief kon gaan. Deze kunnen van een geheel andere aard zijn dan de redenen die hebben geleid tot het vertrek uit het categoriaal beschermingswaardige deel. Echter, in beide ligt wel de reden dat de vreemdeling niet alleen het categoriaal beschermingswaardige deel verliet, maar ook dat hij niet naar het verblijfsalternatief is gegaan. Hiermee is dan dus het verband gelegd met het vertrek uit het land van herkomst.

Van belang is dus dat de twee verschillende componenten, de redenen van vertrek uit categoriaal beschermingswaardige deel en de klemmende redenen van humanitaire aard die reden waren niet naar het verblijfsalternatief te gaan, in samenhang moeten worden gezien als redenen van vertrek uit het land van herkomst. Hiermee is dan direct ook gezegd dat klemmende redenen van humanitaire aard die na het vertrek uit het land van herkomst zijn ontstaan, niet binnen dit beleidskader vallen.

De beoordeling of de asielzoeker wegens individuele klemmende humanitaire redenen in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel vindt pas plaats nadat is vastgesteld dat de vreemdeling niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw of het hierboven beschreven traumatabeleid in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning asiel.

Daarnaast wordt, in het geval bij de beoordeling in het kader van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw is geoordeeld dat er voor de vreemdeling een verblijfsalternatief aanwezig wordt geacht, alsnog beoordeeld of er, conform het hierboven gestelde, gronden bestaan op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw een verblijfsvergunning te verlenen. De bewijslast hiervoor ligt bij de asielzoeker. Daarbij is de omstandigheid dat de asielzoeker geen banden heeft met het betreffende gebied of er nooit heeft verbleven op zichzelf geen reden voor verblijfsaanvaarding.

11-07-2026 Huidig 10-07-2026 Historisch 08-07-2026 Historisch 12-06-2026 Historisch 06-06-2026 Historisch 05-05-2026 Historisch 25-04-2026 Historisch 23-04-2026 Historisch 04-04-2026 Historisch 03-04-2026 Historisch 25-03-2026 Historisch 11-03-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-10-2025 Historisch 17-10-2025 Historisch 04-10-2025 Historisch 01-10-2025 Historisch 12-09-2025 Historisch 25-07-2025 Historisch 03-07-2025 Historisch 20-06-2025 Historisch 19-06-2025 Historisch 04-06-2025 Historisch 04-04-2025 Historisch 01-04-2025 Historisch 11-02-2025 Historisch 06-02-2025 Historisch 31-01-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 20-12-2024 Historisch 29-11-2024 Historisch 15-11-2024 Historisch 25-07-2024 Historisch 23-07-2024 Historisch 16-07-2024 Historisch 03-07-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 04-06-2024 Historisch 25-04-2024 Historisch 03-04-2024 Historisch 01-04-2024 Historisch 28-03-2024 Historisch 24-02-2024 Historisch 26-01-2024 Historisch 17-01-2024 Historisch 12-01-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-12-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 02-09-2023 Historisch 29-08-2023 Historisch 13-07-2023 Historisch 07-07-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 22-06-2023 Historisch 31-05-2023 Historisch 05-05-2023 Historisch 22-04-2023 Historisch 01-04-2023 Historisch 11-03-2023 Historisch 11-02-2023 Historisch 09-02-2023 Historisch 07-02-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 10-11-2022 Historisch 05-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 29-09-2022 Historisch 27-09-2022 Historisch 18-08-2022 Historisch 22-07-2022 Historisch 21-07-2022 Historisch 07-07-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 08-06-2022 Historisch 26-05-2022 Historisch 04-05-2022 Historisch 03-05-2022 Historisch 13-04-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 26-03-2022 Historisch 05-03-2022 Historisch 15-02-2022 Historisch 05-02-2022 Historisch 06-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 18-11-2021 Historisch 15-10-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 23-09-2021 Historisch 10-08-2021 Historisch 24-07-2021 Historisch 16-07-2021 Historisch 14-07-2021 Historisch 09-07-2021 Historisch 06-07-2021 Historisch 25-06-2021 Historisch 09-04-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 19-02-2021 Historisch 14-01-2021 Historisch 31-10-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 15-09-2020 Historisch 06-08-2020 Historisch 09-07-2020 Historisch 08-07-2020 Historisch 07-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 20-05-2020 Historisch 14-05-2020 Historisch 12-05-2020 Historisch 24-04-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 18-03-2020 Historisch 15-01-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 07-04-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 29-11-2006 Historisch 19-11-2006 Historisch 16-11-2006 Historisch 13-10-2006 Historisch 11-10-2006 Historisch 14-09-2006 Historisch 02-09-2006 Historisch 27-08-2006 Historisch 13-08-2006 Historisch 02-08-2006 Historisch 16-07-2006 Historisch 24-06-2006 Historisch 23-06-2006 Historisch 28-04-2006 Historisch 01-04-2006 Historisch 24-02-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 29-01-2006 Historisch 15-01-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 04-12-2005 Historisch 28-11-2005 Historisch 16-11-2005 Historisch 03-11-2005 Historisch 23-10-2005 Historisch 07-10-2005 Historisch 03-10-2005 Historisch 02-10-2005 Historisch 04-09-2005 Historisch 01-09-2005 Historisch 24-08-2005 Historisch 14-08-2005 Historisch 16-07-2005 Historisch 01-07-2005 Historisch 26-06-2005 Historisch 11-06-2005 Historisch 10-06-2005 Historisch 03-06-2005 Historisch 28-05-2005 Historisch 22-05-2005 Historisch 15-04-2005 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-03-2007.

Tekst van deze versie

In gevallen waarin de asielzoeker individuele klemmende redenen van humanitaire aard aanvoert die verband houden met de redenen van het vertrek uit het land van herkomst en met het asielrelaas, kunnen die op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw aanleiding geven tot verlening van een verblijfsvergunning asiel. Het dient hierbij te gaan om dusdanige individuele humanitaire omstandigheden dat in redelijkheid niet kan worden verlangd dat de vreemdeling terugkeert naar het land van herkomst. Humanitaire redenen die na het vertrek uit het land van herkomst zijn ontstaan, kunnen niet leiden tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw.

De enkele omstandigheid dat de vreemdeling bijvoorbeeld een hoge leeftijd of lichamelijke klachten heeft, is onvoldoende reden om aan te nemen dat terugkeer naar het land van herkomst in redelijkheid niet kan worden verlangd. Ook de algemene humanitaire omstandigheden in het land van herkomst – zoals de omstandigheid dat het niveau van de beschikbare basisvoorzieningen naar Nederlandse maatstaven te wensen overlaat – kunnen geen reden zijn voor verlening van de verblijfsvergunning.

Een bijzondere situatie is het geval dat de vreemdeling afkomstig is uit een gebied ten aanzien waarvan is bepaald dat dit in beginsel categoriaal beschermingswaardig is, maar waarvoor dit categoriaal beschermingsbeleid niet wordt gevoerd omdat er in een ander deel van dat land een verblijfsalternatief is.

Ten aanzien van de voorwaarde dat de klemmende redenen verband dienen te houden met het vertrek uit het land van herkomst betekent deze situatie het volgende.

Een verblijfsalternatief wordt tegengeworpen omdat het beleid ervan uitgaat dat de betreffende vreemdeling zich naar het verblijfsalternatief had moeten begeven. Daar had hij zich immers kunnen onttrekken aan de algemene onveiligheid die in het categoriaal beschermingswaardige deel van het land heerst. Ten tijde van het vertrek uit het categoriaal beschermingswaardige deel zouden er evenwel klemmende redenen van humanitaire aard aanwezig kunnen zijn die er toe hebben geleid dat de vreemdeling niet naar het verblijfsalternatief kon gaan. Deze kunnen van een geheel andere aard zijn dan de redenen die hebben geleid tot het vertrek uit het categoriaal beschermingswaardige deel. Echter, in beide ligt wel de reden dat de vreemdeling niet alleen het categoriaal beschermingswaardige deel verliet, maar ook dat hij niet naar het verblijfsalternatief is gegaan. Hiermee is dan dus het verband gelegd met het vertrek uit het land van herkomst.

Van belang is dus dat de twee verschillende componenten, de redenen van vertrek uit categoriaal beschermingswaardige deel en de klemmende redenen van humanitaire aard die reden waren niet naar het verblijfsalternatief te gaan, in samenhang moeten worden gezien als redenen van vertrek uit het land van herkomst. Hiermee is dan direct ook gezegd dat klemmende redenen van humanitaire aard die na het vertrek uit het land van herkomst zijn ontstaan, niet binnen dit beleidskader vallen.

De beoordeling of de asielzoeker wegens individuele klemmende humanitaire redenen in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel vindt pas plaats nadat is vastgesteld dat de vreemdeling niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw of het hierboven beschreven traumatabeleid in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning asiel.

Daarnaast wordt, in het geval bij de beoordeling in het kader van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw is geoordeeld dat er voor de vreemdeling een verblijfsalternatief aanwezig wordt geacht, alsnog beoordeeld of er, conform het hierboven gestelde, gronden bestaan op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw een verblijfsvergunning te verlenen. De bewijslast hiervoor ligt bij de asielzoeker. Daarbij is de omstandigheid dat de asielzoeker geen banden heeft met het betreffende gebied of er nooit heeft verbleven op zichzelf geen reden voor verblijfsaanvaarding.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)