Ingevolge artikel 29, eerste lid, onder d, Vw kan een verblijfsvergunning asiel worden verleend aan de vreemdeling voor wie terugkeer naar het oordeel van de Minister van bijzondere hardheid zou zijn in verband met de algehele situatie aldaar.
Er bestaat geen internationale norm, verdragsrechtelijk noch gewoonterechtelijk, op basis waarvan personen enkel en alleen op grond van de algehele situatie in hun land van herkomst niet zouden kunnen worden uitgezet. De Vw biedt in artikel 29, eerste lid, onder d, Vw de mogelijkheid een persoon verblijf toe te staan, zonder dat het internationale recht daartoe noopt.
Op grond van de wet heeft de Minister een beleids- en beoordelingsvrijheid terzake van de beoordeling van de vraag of verlening dan wel beëindiging van categoriale bescherming opportuun is. Dit blijkt met name uit het gebruik van de woorden “voor wie terugkeer naar het land van herkomst naar het oordeel van Onze Minister van bijzondere hardheid zou zijn (…)”.